23. De tekenen van de tijd

(geweigerd door het ND)

februari 2018

door: G.A. van der Spek - Begemann

 

In de kerk wordt nogal eens gespeculeerd over het tijdstip van de wederkomst van Jezus (ND 2-2-2018). Dat is niet verstandig, want dan verspillen we onze energie terwijl we onze lamp brandende moeten houden. Beter kunnen we goed luisteren naar wat Jezus zelf hierover zegt in de context van het grote geheel, omdat we ons anders blind staren op details en het spoor bijster raken.

Dat grote geheel is Gods plan om zijn vrede en zijn gerechtigheid hier op aarde te bestellen. Dan, in dat messiaanse vrederijk waar de profeten continu over spreken, waar de oorlog niet meer zal worden geleerd, zal over de hele wereld de wet (de Torah, het onderwijs) uitgaan vanuit Sion, en het Woord van de Heer vanuit Jeruzalem, zegt Jesaja, en dan zullen alle vorsten van de wereld zich buigen voor Hem, de koning van Israël, volgens psalm 72.

Als het gaat om ‘wanneer’, is de belangrijkste uitspraak van Jezus: “let op de tekenen van de tijd.” Meer weet ook Hij niet. En zeer verhelderend daarbij is dan Handelingen 1, waar de discipelen vragen “of Hij dan nu (na Pasen) het koningschap voor Israël herstelt”.  Zij vragen naar het tijdstip. Jezus herhaalt dan wat Hij al eens eerder tegen hen heeft gezegd, dat niet Hij, maar zijn Vader de tijden en gelegenheden bepaalt. En dan volgt de opdracht over wat zij in die tussentijd moeten doen: getuigen zijn van Hem, van wat ze allemaal hebben meegemaakt t/m Pasen, en straks ook nog met hemelvaart en Pinksteren.

In de kerk zijn we dat ‘koningschap voor Israël’ vergeten, of we willen het niet weten in de christelijke hoogmoed van de vervangingstheologie. In die theologie is Israël geschrapt, reeds te zien aan het apostolicum. Op het bordje boven het kruis stond het niettemin voluit te lezen: Jezus de Nazoreër koning der Joden.                                                                                  

Voor de rechterstoel van Pilatus kwam juist dit punt als het grootste punt naar voren. Het Sanhedrin wilde doen voorkomen dat Pilatus’ gezag werd bedreigd door Jezus. Dan vraagt Pilatus Hem: zijt gij de koning der Joden? en alleen op deze vraag geeft Jezus antwoord: ja. Vervolgens blijft Hij zwijgen. (Marcus 15)                                  

Een belangrijk gegeven is ook dat er wrevel ontstaat over dat opschrift boven het kruis. Dat moet volgens het Sanhedrin luiden: dat Hij gezegd heeft dat Hij de koning der Joden is. Maar Pilatus trekt zich daar niets van aan en heeft geschreven wat hij schrijven moest. Heeft de kerk dezelfde opvatting als het Sanhedrin toen?

De engel Gabriël ( “die voor God staat”) zegt het al voor de geboorte tegen Maria: dat God Hem de troon van zijn vader David geven zal. En voor Maria en voor de discipelen en voor heel Israël is het absoluut geen vraag waar die troon stond en staan zal: in Jeruzalem. Ja, dat aardse Jeruzalem. De intocht was maar een voorproefje van wat straks staat te gebeuren. Jezus komt immers terug op de Olijfberg (Handelingen en de profeet Zacharia).

Derhalve hebben wij te letten op wat Jezus zelf aangeeft: de tekenen van de tijd; dat zijn de gebeurtenissen in de geschiedenis. En daarbij hoort zeker ook het uitlopen van de vijgeboom, die Israël is. Dit teken wordt breed uitgewerkt in Ezechiël 37, over de dorre doodsbeenderen die zich weer gaan voegen. Het gaat dan opnieuw om tijd, want er gebeurt van alles; het gaat over een proces in fasen.                                    

Ook de andere tekenen die Jezus noemt zijn allemaal volop aanwezig in onze tijd.

In de christelijke theologie is de vraag van de discipelen smadelijk verworpen, als zouden zij er niets van hebben begrepen. Hiëronymus (4e eeuw)  vertelt erbij waarom: het is te Joods 

Naar wie moeten wij luisteren? Naar het zogenaamde DNA van de kerk, naar de theologie, of naar Johannes de Doper die aandringt op onze bekering omdat Jezus in aantocht is.  

In het grote geheel van Gods plan heeft Jezus de sleutelrol. Hij heeft gezorgd dat Gods plan doorgang kan vinden: het messiaanse vrederijk, met Israël in de hoofdrol en Jeruzalem in het midden. Want van deze stad zegt de HEER: Ik zal Jeruzalem nog verkiezen (Zacharia). Daar stond de troon van David. Daar zal hij opnieuw staan, gegeven aan diens grote zoon.  

22. De dogmatische schildwacht

januari 2018 - geweigerd door het Reformatorisch Dagblad

 

Ds Mensink heeft de onveranderlijkheid van God aangewezen als schildwacht om te komen tot beantwoording van de vraag van jongeren rond de leeftijd van dertig jaar. Dat lijkt mij een heel goede zaak.

Hij had gedacht dat de belangrijkste vraag voor deze leeftijdsgroep was: “hoe leef ik met God in deze tijd”, maar zelf geven zij aan dat ze meer bezig zijn met de vraag “hoe werkt God in deze tijd”.  Dat is interessant!

De jongeren kijken dus verder om zich heen dan hun persoonlijke geloofsleven.

Jammer dat ds Mensink, die de vraag lijkt op te pakken, die vraag toch ook weer terugbuigt naar zijn eigen idee van de belangrijkste vraag van jongeren. Ware dat niet het geval dan was misschien wel het antwoord gezocht waar het moet liggen: in de geschiedenis. Want daar werkt God.

In de geschiedenis is  zijn Zoon geboren, gestorven en opgestaan. Toen keizer Augustus het Romeinse rijk regeerde. Toen Pilatus stadhouder was.  “Alzo lief heeft Hij de wereld gehad…” (Johannes-evangelie).  De wereld. Zijn wereld.

Dat rijkt verder dan mijn zieleheil. Dat gaat over meer dan ethiek.

Daar, in de geschiedenis,  kunnen we dan gaan zien hoe Hij werkt. God werkt altijd, gisteren en heden Dezelfde.

Als we in de goede richting zijn gezet door die bijbeltekst uit Johannes, de richting van de geschiedenis van het komende Koninkrijk, kan vervolgens worden gevraagd: hoe dan? Hoe werkt God in de geschiedenis?

De door ds Mensink aangewezen schildwacht bewijst goede diensten bij het stellen van die vraag en is dan tegelijk een vuurtoren, een wegwijzer.

Gisteren en heden Dezelfde, onveranderlijk.

Hij werkt zijn plan uit voor het herstel van zijn wereld, zijn schepping, door mensen bedorven.

Daartoe kiest Hij een eigen volk waarmee Hij een verbond sluit voor eeuwig. In zijn Naam JHWH (Ik ben erbij) verbindt Hij zich met dit volk: de God van Abraham, van Izak en van Jakob. Zo wil Hij voor eeuwig worden genoemd (Exodus 3).  

Hij is niet een God van doden, maar van levenden. Dat zegt Jezus. Jezus, die zijn Vader met zijn volk heeft verzoend, zodat het plan van God doorgang kan vinden.

Dat volk is er nog, hoezeer ook de wereld probeert zich ervan te ontdoen. Die God is er nog, de God van Israël, die Jeruzalem nog zal verkiezen (Zacharia). Misschien dat Trump daarin een functie vervult. Hij doet zijn Woord gestand, Hij heeft het volk teruggebracht naar zijn land. De dorre doodsbeenderen worden gevoegd en bekleed met spierweefsel. Straks komt de Geest en het leven.

Zo werkt God. Dat is het antwoord wat de jongeren zoeken. Laten zij de geloofsbelijdenis van Ruth leren nazeggen en hun leven wordt een stuk boeiender, evenals de krant.

Laten zij dan  letten op de tekenen van de tijd en indachtig zijn aan de opdracht: “troost, troost mijn volk”, niet alleen in de ballingschap uit de tijd van Jesaja, maar ook over een kerkgeschiedenis die het volk heeft verguisd en vervolgd.

Leer de jongeren de geloofsgehoorzaamheid die Paulus bedoelt (in bv de Romeinenbrief): het onderhouden van al wat Jezus ons geboden heeft (slot van Mattheus). En laten zij weten dat Paulus bedoelde dat wij op die manier (en niet anders) zijn volk tot jaloersheid zouden kunnen brengen. Dat wij in de kerk hebben te luisteren naar Johannes de Doper ipv naar het zogenaamde DNA van de kerk. Dat wij ons als kerk moeten bekeren, opdat Hij komen kan over vlak gemaakte wegen zonder kuilen. Hosannah!

G.A. van der Spek-Begemann

21. Dr. Dick Akerboom, Luther en de lutherse synode

G.A. van der Spek-Begemann

Dr. Dick Akerboom hield op de lutherse synode op zaterdag 25 juni 2017 een referaat waarin een poging werd gedaan om Maarten Luther te beschermen tegen het verwijt van anti-semitisme.

Een van de ‘tegenargumenten’ zou bij voorbeeld zijn dat Luther een kind van zijn tijd was. Diens laakbare uitlatingen moeten dan “in dat licht worden gezien”.

Dus dan moet ook het antisemitisme van veel Duitsers en Nederlanders in W.O. II worden gezien in het licht van hun tijd: de tijd van Hitler. Volgens de redenering van dr. Akerboom mogen we ook daar dus niet zwaar aan tillen.

Een tweede ‘tegenargument’ tegen het verwijt van anti-semitisme: Luthers negatieve uitlatingen over Joden zouden theologisch van aard zijn...

Wie Luthers laatste geschrift heeft gelezen Von den Juden und ihren Lügen weet wel beter. Daar ging het om maatregelen die tegen de Joden zouden moeten worden genomen: hun boeken verbranden, werkkampen voor hen inrichten, verplichte herkenbaarheid op straat enz enz. Als dat theologie is was Hitler zeker ook een theoloog?

20. PKN komt niet in actie tegen anti-semitisme

G.A. van der Spek-Begemann

We weten allemaal dat in de kerkorde is vastgelegd dat de PKN zal opkomen tegen anti-semitisme.

Het NIW, weekblad van de Joodse gemeenschap in Nederland, doet verslag van anti-semitische uitlatingen door een lid van de gemeenteraad in Den Haag, te weten de heer Abdoe Khoulani, van de islamitische partij van de eenheid. En het blad roept op tot massaal protest, bij monde van o.a. opperrabbijn Jakobs en dr Ron van der Wieken, voorzitter van het Centraal Joods overleg. Het blad houdt ook bij hoeveel protesten er binnenkomen bij de politie. Kees van der Staaij van de SGP steunt de oproep.

Wie benieuwd is naar de reactie van de PKN, of de stand van het protest wil volgen gaat natuurlijk naar haar website, en vindt… helemaal niets!

Desgevraagd laat de PKN weten, bij monde van de heer Binnendijk, de officiële man van de communicatie van de PKN, eerst de uitspraak van de rechter te laten bepalen of er sprake is van anti-semitisme… Ook zal de PKN met haar “partners in deze” overleggen.

Dit stinkt – er is geen beter woord.

Wie zijn in vredesnaam die “partners” die inspraak zouden hebben in onze kerkordelijke verplichtingen; of wie zijn die partners die met de kerk mee het anti-semitisme bestrijden? Joodse instellingen worden in elk geval niet bedoeld, want die protesteren al. De SGP misschien?

Is de kerk afhankelijk van de wereldlijke rechter om te weten of de opperrabbijn gelijk heeft? Gezien de kerkgeschiedenis van de Jodenvervolging is dit een nieuw absoluut dieptepunt van huichelachtigheid. 

Om welke uitspraak gaat het?

Schoolkinderen uit Israël in het programma Young Ambassadors (31 mei jl) worden door de heer Abdoe Khoulani “zionistische terroristen in wording” genoemd, “keurig op bezoek bij de SGP. Dit zijn de toekomstige kindermoordenaars en bezetters” voegt hij er aan toe.

Hoe durft de PKN te twijfelen… hoe DURFT ze…

19. Nog altijd actueel

18. Mevrouw dr Janneke Stegeman en het zionisme

G.A. van der Spek-Begemann

Het Reformatorisch Dagblad verleent van tijd tot tijd podium aan de theologe dr Janneke Stegeman. Zo ook op 12 april 2017 middels een kritiekloos verslag van haar publieke lezing, gehouden aan de Vrije Universiteit voor de Theologische werkgroep van Kairos-Sabeel. Nu kan zout aan de pap altijd nog achteraf worden toegevoegd, en één van de lezers deed daar moeite voor, maar op oneigenlijke gronden werd dit afgewezen. We moeten dus aannemen dat het RD geen kritiek verdraagt. Of, in het ergste geval: dat de RD-redacteuren zich aansluiten bij de Sabeelprofeten.

Profilering

Dr Stegeman behoort tot de kring van deVrienden van Sabeel, een internationale beweging die zich anti-zionistisch profileert vanuit de Palestijnse bevrijdingstheologie. Ook de BDScampagne is in deze kring geboren. Dries van Agt en dr Henri Veldhuis behoren tot de aanstichters en Janneke is op Nederlandse bodem paladijn van de inmiddels geëemeriteerde Naim Ateek, de oprichter van het instituut Sabeel in Jeruzalem.

Het gedachtegoed van deze beweging gaat lijnrecht in tegen de door de PKN in haar kerkorde beleden onopgeefbare verbondenheid van kerk en Israël. Veldhuis heeft ervoor gepleit dat ook de Palestijnen in de kerkorde zouden moeten worden opgenomen…  

Zionisme en Sabeel-theologie

Janneke Stegeman stelt volgens het verslag dat het christelijk zionisme een product is van de Reformatie, en dat dit product de basis zou vormen van het Joodse zionisme van de vorige eeuw. De logica is wel een beetje zoek bij de theoloog van het jaar, want het Joodse zionisme dateert van bijbelse tijden en de Reformatie van de zestiende eeuw.

Hoe verloopt dan haar “redenering”? Misschien hebben we iets gemist? Laten we nog eens heel goed luisteren.

Mevrouw Stegeman verwijt de reformatoren dat zij de Bijbel en de profetie letterlijk lazen. Je moet concluderen dat zij dat in haar ogen niet hadden mogen doen.

Bij de Sabeelvrienden is elke vorm van zionisme uit den boze.

Het feit dat volgens de Bijbel het land aan Israël is beloofd, en dat ook buiten het land in de ballingschap en in de diaspora het verlangen naar Israël altijd is blijven bestaan, het zionistisch verlangen, vereist dan een operatieve ingreep in de Bijbeltekst, als je dat allemaal niet wilt horen. Het kan zelfs niet blijven bij een (weg)kijk-operatie; het mes moet erin. De chirurg van Sabeel snijdt alles weg wat Sabeel niet bevalt. Ook veel prachtige psalmen verdwijnen.

We kunnen spreken van spiritualiserende incisies.

Het beloofde land, in de Bijbel beloofd als concreet stuk grond, bedoeld als woonplaats voor de twaalf stammen van Israël, wordt ‘het heilige land ‘, en dat kan zelfs in Utrecht liggen. Dat is de mening van de Palestijnse theoloog dr Munther Isaac, in Kerk en Israël Onderweg. Nog mooier: het kan overal liggen! En: het is van ons allemaal.

Dat de Joden zelf de Bijbel letterlijk nemen als het gaat om het hun beloofde land, schijnt er niet toe te doen. De christelijke hoogmoed weet het beter. Maar Mozes en allen die hem volgen waren en zijn zionist. Wie Israël liefheeft en respecteert is dat dus ook. Het zionisme is geen christelijk product, en het christelijk zionisme is een Bijbelse vrucht.  

Theodor Herzl, als seculiere Jood, was niet religieus, en voor mw Stegeman moet zijn zionisme daarom wel afhankelijk zijn van de Reformatie, toen de reformatoren de Bijbel letterlijk namen. Nog afgezien van het verschil tussen post en propter is het hele idee al onzinnig genoeg.

Sabeel en de Reformatie

Voor de Sabeelvrienden geldt niet: sola Scriptura maar: sola theologia Palestiniensa, oftewel : alleen de Palestijnse (bevrijdings)theologie. Naar haar zullen we moeten luisteren. In dat geval zal het ook goed gaan in het Midden-Oosten  en de groot-Palestina-gedachte zal worden nagestreefd.

De God van Israël trekt zich echter niets aan van welke theologie ook.

De landbelofte maakt niet alleen van gelovige Joden zionisten, maar van alle Joden, ook van Theodoor Herzl. Uitzondering op de regel vormen de Joden met zelfhaat, van bij voorbeeld EAJG.

De Jood Herzl zou met zijn seculiere zionisme afhankelijk zijn van de Reformatie.

Janneke vergeet dat God zelf zijn mensen kiest, zoals Hij ook Cyrus de Pers lang voor de reformatie had uitgekozen voor een functie in het plan om zijn volk thuis te brengen in het land.  De God van Abraham Izak en Jakob kiest die mensen uit naar zijn, en niet naar haar believen. En waar het land ligt? Google weet het ongetwijfeld.

De alya (de opgang /de thuisreis van de Joden)

Er is meer wat niet onweersproken mag blijven in haar verhaal, iets wat verband  houdt met het voorgaande.

Een bekende foutieve uitleg van christelijke hulp bij de terugkeer van de Joden naar hun land neemt zij over: “de komst van de Joden naar Israël stimuleren doen de christenzionisten om de komst van Christus te bespoedigen.”   

Tijden en gelegenheden zijn aan de Vader, zegt Jezus. Daar hebben ook mensen die Joden naar Israël helpen geen invloed op, en zij weten dat.

De Joden die naar Israël willen terugkeren behoren juist door christenen te worden geholpen. Dat is eenvoudig een zaak van morele christenplicht, van veilig thuis brengen en beschermen.

Het antisemitisme ligt immers in onze tijd alweer (vrij naar de geschiedenis van Kain en Abel) “als een belager aan de deur”, misschien wel aan de kerkdeur, en koshere christenen hebben de taak dat tegen te staan waar we maar kunnen. Het bloed van onze oudste broeder “roept tot God van de aardbodem”. Ja wij zijn welzeker de “hoeder van onze broeder”. En we hebben al zo lang verzaakt.

Profetie reikt verder

De theologie van het instituut Sabeel is nog altijd blind voor het feit dat de Bijbel niet maar verhaalt wat in het verleden is gebeurd, maar ook spreekt over wat nu gebeurt en morgen gaat gebeuren. Profetie is in de bevrijdingstheologie slechts een maatschappijkritiek die politiek moet worden aangewend. Maar profetie gaat veel verder: ten diepste tekent zij de geschiedenis van het komende Koninkrijk.

Dat de staat Israël na de koningentijd, na een paar duizend jaar, weer op de kaart staat maakt van 1948 een heel bijzonder jaar. Israël bevindt zich weer op de plek die aan de aartsvaders was beloofd. De dorre doodsbeenderen uit het dal van Ezechiël worden gevoegd. Zelfs de 19e eeuwse historicus en Jodenhater Toynbee heeft zijn verbazing uitgesproken over het feit dat Israël nog nooit definitief van het wereldtoneel was verdwenen. De staat Israël is niet gevestigd in Oeganda - wat de politiek had gewild. De God van Israël, die zegt wat Hij doet, doet nu eenmaal altijd wat Hij zegt!

Samengevat en concluderend

Dat de seculiere Jood Theodor Herzl zionist was behoeft geen theologische verklaring: hij was een Jood. Dat zijn zionisme christelijke wortels zou hebben in de Reformatie is de zotheid gekroond. Alsof de Bijbel – die volk en land aan elkaar verbindt - afhankelijk zou zijn van een kerkelijke reformatie in de zestiende eeuw!

Dat het Zionistisch congres zou zijn gehouden omdat de reformatoren de Bijbel letterlijk lazen – dat gaat waarschijnlijk ons aller verstand te boven. Misschien zijn Jannekes gedachten wel hoger dan de onze, maar toch houden wij ons liever aan de profeten. Die bleken tot nu toe betrouwbaar.

Alleen al wetenschappelijk gezien lijkt het “denken” van mevrouw Stegeman een aanfluiting voor de theologie. Zij zou er goed aan doen haar “vriendenkring” met zijn verkokerde Palestijns-theologische ideologie de rug toe te keren en eindelijk eens zelf de Bijbel eerlijk te gaan lezen.

17. Journalistiek NOS 22 februari 2017

verstuurd naar de NOS:


LS


gisteren hebt u in het journaal de reactie van een Palestijn vermeld op het doodschieten van een weerloze terrorist in Israël.
U liet hem vertellen dat God - in zijn geval natuurlijk de God van de islam, en niet die van de Bijbel- moordenaars straft, maar de journalistieke verantwoordelijkheid vereist dat u daarbij aangeeft dat die God van de islam een uitzondering maakt voor het vermoorden van Joden. Dan bent u eerlijk en niet eenzijdig. In dat geval keert Allah namelijk beloningen uit in de vorm van straatnaambordjes, geld, en later zeventig maagden / die kennelijk niets hebben in te brengen.
Uiteraard zegt de Palestijn dat niet, maar u brengt de kijker zoete koek die niet bestaat. Dat is misleidend en getuigt tegen uw taakopvatting.
De belangrijkste norm voor de journalistiek is nog steeds dat de waarheid helder wordt gepresenteerd.
Het journaal mag niet meewerken aan de verspreiding van zoete koek. De kijker die niet op de hoogte is en weinig kritisch ingesteld moet door het journaal op de hoogte worden gebracht / dat is uw taak.
Ik hoop dat u beter op uw zaak past ipv dat u de PVV in de kaart speelt.
Ik hoop dat u de nodige aandacht besteedt aan de a.s. happening in Rotterdam, en dan in uw belangrijke journalistieke verantwoordelijkheid die, als het om politiek gaat, geen politieke correctheid maar politieke waarheid tot doel moet hebben.

Graag uw reactie, 

mvg G.A. vd Spek-Begemann, 

voorzitter van de werkgroep Vanuit Jeruzalem.

16. Apostolicum

G.A. van der Spek-Begemann

geplaatst in Reformatorisch Dagblad d.d. 25 januari 2017

"Apostolicum basis van christen-zijn" staat er boven het interview met prof. dr J. van Oort (19-1). Als dit waar zou zijn dan is de kerk van de kerkgeschiedenis in de basis al ten prooi gevallen aan de vervangingstheologie, want God de Schepper lijkt helemaal niets te hebben met Abraham Izak en Jakob, terwijl Hij zelf toch voor eeuwig de God van Abraham Izak en Jakob wil worden genoemd (Ex. 3:15)! Een verborgen theologie die dus de dopeling al werd ingeprent. Geen onopgeefbare verbondenheid maar substitutie.

De waarschuwing van Paulus in de brief aan de Romeinen, tegen deze door hem al gesignaleerde christelijke hoogmoed, is kennelijk volstrekt in de wind geslagen, want de kerk heeft zich -  het apostolicum is het bewijs - van de edele olijf losgemaakt en zich zelfstandig gewaand, en zelfs de rollen omgekeerd.

Vanaf het eerste artikel van de twaalf, waarin men God los van Israël meent te kunnen belijden, wordt direct een grote sprong gemaakt naar het NT, en Gods verbond met Israël is kennelijk dood verklaard, en begraven in de verleden tijd.
In die zelf verkozen “zelf-standigheid” kon ze niet meer gevoed worden door de sappen van de edele olijf en is zij tenslotte verdroogd in allerlei theologische twisten en dogmatieken en scheuringen.
Over het doen van de wil van de Vader – volgens Jezus is dat waar het om gaat – lezen we niets; ook niet in Nicea.
Daarom loopt de kerk van de kerkgeschiedenis leeg.

15. Verbinding

afgewezen door TROUW

In Trouw van 3 januari 2017 heeft ds Hartogsveld het nog eens weer over de controverse in de PKN inzake een toenadering tot de islam. En ‘verbinding’ lijkt haar nu toch wel het sleutelwoord voor 2017. 

Heeft zij en hebben al die mensen die bij voorbeeld vroeger achter het IKV aanliepen, of later achter PAX,  en die ‘verbinding’  het hoogste goed achten, nu echt nog nooit beseft dat bepaalde verbindingen desastreus kunnen zijn? Stel dat AlQaida en IS zich gaan verbinden…zich verzoenen. Ze zijn het nog oneens, maar met het sleutelwoord van 2017 zouden ze zich zomaar kunnen verenigen. Het voorbeeld lijkt flauw maar is niettemin to the point.

Allerlei utopieën hebben ook in de kerk opgeld gedaan. De voorbereiding van de kerkelijke fusie van 2004 heette Samen op Weg – prachtig toch? Maar waarheen… ja daar was eigenlijk geen antwoord op gegeven.                                                                                         Nu weten we het intussen zeker. Het ging in ‘samen op weg’ richting christelijk anti-zionisme (zie onze publicatie van 2013 De PKN en Israël). En zo kwamen we tot een PKN die vandaag toenadering zoekt tot de islam - een religie die Joden haat en die Israël van de kaart wil vegen. Vanaf het allereerste begin zwaaide Mohamed met het kromzwaard in de 7e eeuw en heeft hij tal van Joden afgeslacht. Tegengehouden bij Poitiers en later bij Wenen, maar per infiltratie wordt Europa geïslamiseerd.

De ware islam is die zoals Ayan Hirsi Ali die heeft ontmaskerd. Iedereen kan de Koran erop nalezen.

Misschien dat de Bijbel nog een woordje mag meespreken van ds Hartogsveld cs? Juist als het gaat over religie is de Bijbel duidelijk: het volk van God zocht verbinding met de Midianieten die feest vierden voor hun god Baal Peor.  Mooi toch: samen feest vieren - geen oorlog! We weten hoe de God van Israël daarover dacht…. 

In de Bijbel heet verbinding zoeken met de goden van de volken rondom: overspel. En het luisteren naar valse profeten bracht en brengt altijd onheil, zoals we in de vorige eeuw weer hebben meegemaakt in Hitler-Duitsland.

Beter ware het als wij christenen leesbare brieven werden van die Ene Jood om ook de moslims te laten zien dat maar één verbinding heilzaam is voor alle volken : die met Israël.

14. Joods-christelijke wortels

G.A. van der Spek-Begemann

geplaatst in Reformatorisch Dagblad 17 december 2016 

De uitspraken van het theologenduo Janneke Stegeman en Alain Verheij (RD 14-12) verontrusten: zijn dat vertegenwoordigers van de Nederlandse theologie? Dan zijn we diep gezonken. De ‘theoloog des vaderlands’ beweert dat de Joods-christelijke wortels van onze cultuur naar het rijk van de mythe moeten worden verwezen en niet historisch van aard zijn.

Stegeman hebben we al eerder leren kennen als een theoloog wier ‘betoog’ gespeend is van argumenten en troont op ideologische kreten. „Wordt vaak gebruikt om”, „wij constateren dat”, „die wortels zien wij als”, „christenen moeten niet te snel”; er wordt gedebiteerd in plaats van geargumenteerd. Het hele stuk is een aaneenrijging van wat Janneke en Alain vinden, maar hun stelling over de Joods-christelijke wortels berust op helemaal niets.

Stegeman heeft reeds lang partij tegen Israël gekozen door zich te scharen in de gelederen van de vrienden van Sabeel, die de Palestijnse bevrijdingstheologie trachten te bevorderen. De grondlegger van deze theologie, Naim Stifan Ateek, ging als volgt te werk: hij had bij wijze van argumentatie ontzettend veel bijbelgedeelten gewoon geschrapt. Ja dan houd je een anti-Joods boek over. Dat was ook al ontdekt in Nazi-Duitsland, en de ketter Marcion in de tweede eeuw deed exact hetzelfde.

Laten we tot slot nog een ‘stelling’ ontzenuwen en het daarbij dan maar laten. Wij zouden de islam niet gewelddadig mogen noemen omdat er vreselijke dingen zijn gebeurd in de geschiedenis van het westen. Deze ‘redenering’ is te vergelijken met deze: Jan slaat echt niet, want vroeger deed Piet dat ook.

Grappig dat ze zichzelf ineens per ongeluk volstrekt tegenspreken: „het christendom is nooit een godsdienst voor achter de voordeur geweest”. Kijk eens aan! Zouden de beide theologen zich misschien ineens toch nog de Statenvertaling herinneren?!

13. Reactie op de rubriek “Weerwoord” in Reformatorisch Dagblad 12 november 2016

G.A. van der Spek-Begemann

Drs Henk de Waard betoogt: 1 Johannes 5 :7 niet echt, wel waar.  Het begrip ‘triniteit’ uit de theologie komt niet in de Bijbel voor. Dat alleen al moet ons alert maken...   De christelijke theologie is vaak een overgesausd product van de grieks-heidense prima philosophia, die (natuurlijk op z’n heidens, want toen buiten Israël geen Openbaring) altijd bezig is geweest met ‘het goddelijke’.  Vandaar dat in Nicea, als de Joden al uitgerangeerd zijn, gesproken wordt van ousia als het om God gaat. Het goddelijke is een bepaalde substantie, in heidens-griekse ogen. En dus vermenigvuldigbaar en deelbaar. God is dan een soortnaam geworden. Deze filosofie tracht men toe te passen op de God van Israël die zich aan Israël heeft geopenbaard met een Naam die zich aan de geschiedenis van zijn volk verbindt. Exodus 3:15. Voor eeuwig, staat er zelfs bij. Gelukkig geeft u toe: 1 Joh. 5 vers 7 deugt niet als oorspronkelijke tekst maar is een theologische toevoeging. Dan is het niet logisch in uw betoog dat u de inhoud van die tekst gaat verdedigen met allerlei teksten die daar zelfs ook ogenschijnlijk niets mee te maken hebben. Als gesproken wordt over de Heilige Geest dan wordt de Geest van God bedoeld die ook Jezus gegeven was bij zijn doop in de Jordaan. Maar drie personen een in wezen – het is acrobatiek van de bovenste plank van de heidenchristelijke theologie.  “God uit God” heeft gezorgd voor een isgelijkteken dat Jezus zelf absoluut van zich werpt. Hij en de Vader zijn een in liefde, een van Geest, maar Jezus bidt, in diep respect. Hij is de Zoon. Geen enkele tekst die u noemt geeft aanleiding tot dit begripsmatig-heidens denken over God. Voelt u niet dat met ‘triniteit’ een poging wordt gedaan om God in de intellectuele greep te krijgen?   De heidenen (de niet-Joden) kwamen als snel in de meerderheid in de kerk en de intellectuelen onder hen kregen de leiding. Hun geestelijke hoogmoed ten opzichte van alles wat Joods was ziet Paulus al opkomen in Rome. De kerk heeft er zich niets van aan getrokken.... Kijkt u eens naar het apostolicum – heeft God daar nog iets te maken met Abraham of Israël? En u weet toch dat het zgn OT drie keer zo dik is als het zgn NT en dat dat OT de Bijbel was van Jezus en van alle apostelen?  Het wordt tijd om te ontwaken uit onze heidens-theologische dromen: zij hebben de kerk verwoest. Zij hebben haar afgesneden van de sappen van de edele olijf. De afbraak is in onze tijd in een stroomversnelling geraakt. Bekering van haar ontsporing is het enige wat nog een wal kan opwerpen.  Gezien uw leeftijd moet u nog niet helemaal zijn vastgeroest, maar om dat te voorkomen zou u echt beter moeten luisteren naar de Bijbel dan naar de theologie. Anders gezegd: bereid moeten zijn om de klassieke theologie te onderwerpen aan het kritische licht van de Bijbel. Voor de duidelijkheid: ik behoor niet tot de zgn Jehova’s getuigen.   Tot slot: ik kan u in dit verband een zojuist verschenen boekje aanbevelen, te verkrijgen in de webshop van www.werkgroep-vanuitjeruzalem.123website.nl                                                                

(tot op heden is geen reactie ontvangen)                                                                                 

12. Wiens geloof?

G.A. van der Spek-Begemann

[niet geplaatst in Reformatorisch Dagblad, 11 november 2016]

Volgens het redactioneel commentaar van 31 oktober gaat het in de Reformatie om de rechtvaardiging door het geloof, en dat moet dan in de herdenkingen centraal staan. Maar wiens geloof is dat dan? Het onze? Dat faalt toch vaak aan alle kanten?

Is het niet zo dat wij onze rechtvaardiging uitsluitend en alleen te danken hebben aan het geloof VAN Jezus? Zelfs toen zijn Vader Hem verliet heeft Hij aan zijn Vader vast gehouden, toen Hij Hem vroeg: waarom?! Zo ook hield Job in het gelijknamige bijbelboek vast aan God door alles heen. Ook Job zei God niet vaarwel.

Als Jezus dat niet gedaan had… Als Hij de verzoeking in de woestijn niet had doorstaan…

Het gaat in het NT vaak over het geloof in Jezus, en dan wordt een duidelijke grammaticale constructie met een dativus, een derde naamval, gebruikt. Dan gaat het erom dat wij vertrouwen hebben in Jezus, die ons vertrouwen nooit beschaamt. Maar ook is ettelijke keren sprake van een andere constructie, met een genitivus, een tweede naamval. Dan staat er in het Grieks: het geloof van Jezus. Als waarachtig mens was Hij niet hervormd, maar een gelovige orthodoxe Jood, die door alles heen zich vasthield aan de God van Israël die zijn Vader was, die Hem uit de dood zou opwekken.

Dat geloof, het geloof van Jezus, is onze redding geworden. Gelukkig zijn wij niet afhankelijk van ons eigen geloof, dat onvolmaakt is. De profeet Habakuk zei: de rechtvaardige zal door geloof leven. Wie is De Rechtvaardige? Jezus leeft!

11. Sola Gratia

[ingezonden naar Reformatorisch Dagblad, 8 november 2016]

 

Op 7 november stond over de genade een artikel in het RD van prof. dr Van Vlastuin en dr C.A. van der Sluijs, die hun bezorgdheid uitten over de moderne Dordtse synode  die “1618-1619” wil vervangen in hun ogen. Hun stelling: “buiten het (!) sola gratia valt niets te verbinden”. Daarmee is van de genade een thema gemaakt, en dan is de genade geen genade meer maar slechts een  theologoumenon, een theologisch ingrediënt.

In de gemeente van Rome, waar de heidenchristenen neerkeken op de Joodse gemeenteleden en zeker op de Joden van de synagoge heeft Paulus de genade verkondigd. Tegenover God die onpartijdig oordeelt staat iedere mens precies even schuldig. En aan wie de schulden zijn kwijtgescholden, aan wie genade is bewezen, kan eenvoudig zelf zijn medemens dus niet langer veroordelen, laat staan hem naar de keel grijpen. “Wees niet hoogmoedig maar vrees!”

In de strijd tussen Gomarus en Arminius gebeurde dat toch: ite, ite! En Oldenbarneveld werd vermoord.

De genade verbindt tot eenheid, maar de theologie die de macht heeft gegrepen kent geen genade.

De regina scientiarum is echter slechts een zelfgekroonde koningin die in de kerk de macht heeft gegrepen en het geloof onderdrukt. Zij is gaan heersen waar de Geest van Christus zou moeten heersen. Zij bedroeft de Geest - die wijken gaat.

10. Over de Didache

[Ingezonden 10 oktober 2016, niet geplaatst in De Waarheidsvriend]

Een aanvullende reactie wat betreft het oudste bewaarde kerkelijk document

 

Dr Lalleman schrijft een interessant artikel (7-10-2016) over een fascinerend document, de Didache. Ten eerste gaat het overduidelijk om een Joods-christelijk geschrift. Toen ik zelf de Didache gelezen had gaf voor mij de uitdrukking “de wijn van David” de doorslag inzake de vraag naar de herkomst. Geen heidenchristen noemt Jezus: de wijn van David. Wetticisme lijkt mij echter niet aan de orde. Het houden en voorschrijven van regels is immers niet hetzelfde, zeker niet als het gaat om aspirant gemeenteleden die, van heidense komaf, nog veel moeten af- en aanleren. We kunnen daarbij denken aan de geruststellende opmerking van Jacobus in Handelingen 15: dat Mozes in iedere stad wordt onderwezen. En ook de uitdrukking in de Didache “voor zover u het aankunt” duidt niet bepaald op wetticisme.

Het voorschrift in de Didache om op andere dagen te vasten dan de “schijnheiligen” lijkt merkwaardig.

Onder de Farizeeërs waren er schijnheilig en ook Jezus waarschuwt daartegen scherp: ze maken hun gebedsriemen breed enz. Je moet hier dus constateren dat in de Didache Joden zich distantiëren van andere Joden, en wel van die Joden die wetticistisch leven, dwz de eigen vroomheid opbouwen met zelfs uiterlijke kenmerken. Dat dr Lalleman beweert dat Gods genade in het geschrift zou ontbreken is daarom niet terecht. Die hoeft niet genoemd te worden als toch overduidelijk isdat juist dat wetticisme wordt afgewezen (met zelfs een scheldwoord! net als Jezus doet) en dat er heidenen gedoopt willen worden! Als ik als christen samenwerk met Joden hoef ik hun echt niet te vertellen dat ik in Jezus geloof, want dat weten ze natuurlijk al: ze is christen.

Intrigerend blijft de vraag waarom de Didache uit de kerkgeschiedenis voor eeuwen is verdwenen... Onbekendheid was kennelijk niet de reden. De landelijke werkgroep Vanuit Jeruzalem hoopt eind oktober een boekje te publiceren over de heidense wortels van het kerkelijk belijden. Daarin komt deze zaak uitvoerig aan de orde.

(No. 9) RD, 13-9-2016

8.