27. ds Jan Offringa is van mening dat het kerkordeartikel over de verbondenheid met Israël mist creëert. Naar Trouw stuurden wij als reactie:

MIST

Na de tweede wereldoorlog was eindelijk helderheid gekomen over het aandeel van de kerk in de toeloop naar de genocide van de 20e eeuw. Dat aandeel was altijd in de mist gebleven of toegedekt.

Er kwam bezinning op gang. Over de formulering van het kerkorde-artikel inzake de verbondenheid van kerk en Israël was nogal wat gesteggel geweest, maar uiteindelijk ontstond een compromistekst in het kader van de kerkelijke fusie in 2004, van drie kerken tot één PKN.

Jezus was een Jood in hart en nieren, in alles wat hij zei èn leerde. Zijn leerlingen waren dat ook. Ook de bijbel is Joods, van kaft tot kaft.

Nog steeds zijn er christenen als Jan Offringa die niettemin geen verschil zien tussen de kerkelijke band met Israël en die met bij voor Finland.

Je begint langzamerhand te denken aan een collectief autisme waarin een deel van de kerk nog altijd zit opgesloten: wat hoorbaar en zichtbaar is wordt niet gezien noch gehoord. 

Laren, G..A.. vd Spek-Begemann.

26. Bespreking brochure Vrienden van Sabeel

Gezien de nieuwste negatieve ontwikkelingen binnen de PKN, waarin de brochure van wijlen Henri Veldhuis een hoofdrol lijkt te spelen, plaatsen we als landelijke werkgroep hieronder onze brochure-bespreking die destijds gepubliceerd is in het tijdschrift “Israël en de kerk”.

 

 

De muur is afgebroken  (Israël en de kerk, december 2012)

Recensie door mw. G.A. v.d. Spek-Begemann

Het opschrift hierboven vormt de titel van de onlangs verschenen brochure van dr. Henri Veldhuis, uitgegeven door Vrienden van Sabeel Nederland en Kairos Palestina Nederland.

In de Bijbel gaat het om de muur van vervreemding van het burgerschap van Israël (Efeze 2:12) en in de twintigste eeuw is een muur van vijandschap opgericht door de volken rondom, in 1948. Toen barstte immers de agressie tegen het staatkundig pas herboren Israël meteen los, als antwoord op het aanbod van vrede en vriendschap van Israëlische zijde. De huidige afscheidingsbarrière waar ook deze brochure tegen ageert moet levens van burgers beschermen tegen terroristen en is duidelijk effectief gebleken. Dat vindt Veldhuis jammer? Als veelbelovende introductie, op het omslagkaft, prijkt dus een misbruikte Bijbeltekst.

Henri Veldhuis is de man die nog maar enkele jaren geleden graag het roer van de PKN in handen had willen krijgen om dan de kerkorde opnieuw te herzien: Israël eruit. Of anders: ook de Palestijnen erin. Waarom dan niet ook al hun Arabische broeders?

Het is in de loop der jaren steeds moeilijker geworden om in de oprechtheid van Henri Veldhuis te blijven geloven, maar we doen ons best omdat hij op p.4 zegt te hopen op gesprek "met hen die er anders over denken", maar op dezelfde bladzij zegt hij als in één adem dat dat gesprek in de eerste plaats moet worden gevoerd met Joden en Palestijnen, dus toch weer niet met zijn opponenten binnen de PKN... Waarschijnlijk vreest hij terecht dat zijn kaartenhuis bij het eerste zuchtje tegenstoom in elkaar zou storten.

Ook uit deze brochure is weer af te lezen dat geloof en politiek inzicht alles met elkaar te maken hebben, maar dat is dan ook ongeveer de enige waarheid die in de veertig pagina's te ontdekken valt. Voor zover wij hem kunnen volgen is zijn ontsporing begonnen toen hij op zijn manier de Bijbel is gaan lezen. Dat wil zeggen dat hij de teksten net iets verandert en onderdelen weglaat, omdat ze anders niet passen in zijn ideologie waarin Israël de oorzaak moet zijn van de ellende van de Palestijnen - en van de ellende van hele wereld, waarschijnlijk? De gepromoveerde theoloog lijkt daardoor leesblind zodra hij over Bijbelteksten begint.

Israël
Over de naam Israël zou Veldhuis graag willen dat wij niet dachten aan een etnos, maar aan een geloofsgemeenschap. Dat past beter in de universalistische dromen zonder Israël die in Christus zouden zijn bewaarheid. Vervulling betekent in deze universalistische theologie op de keeper beschouwd niets anders dan: nivellering. Man, vrouw, Jood, Griek, Israël, Palestijnen, land en aarde, heden en toekomst: met behulp van de theologische staafmixer verwordt alles tot de ideologie van één pot nat, waarover de kerk de scepter zwaait.
De Schepper van hemel en aarde is de God van het onderscheid. In Genesis 1 ordent Hij de oervloed en de chaos ("tohuwabohu") met "wajavdeel" tot kosmos, en brengt Hij creatief de verscheidenheid aan. Om te beginnen worden licht en duisternis gescheiden in dag en nacht. Zo doet hij ook met goed en kwaad door zijn geboden die Hij Israël geeft. Zo werkt Hij ook in de volkerenwereld, waarin alle onderscheiden volken hun land krijgen en hun functie, zowel Griekenland en Italië als Israël. De plaats van Israël is uniek, Israël staat in het centrum, en is bron van de dynamiek in de wereldgeschiedenis, die wordt bepaald door de reacties van de andere volken op Gods volk en zijn Tora.

Als Henri Veldhuis verhaalt van de aartsvaders, en verhaalt dat Jakob de naam Israël krijgt, zegt hij: "Israël wordt zo (sic!) de naam van een geloofsgemeenschap." Het woordeke 'zo' is altijd een handig woordje, maar fungeert in deze brochure een paar keer als theologisch toverstokje, bij gebrek aan argument. Zodra in de Bijbel de naam Israël valt, moet meteen het volk dat uit de lendenen van Abraham is voortgekomen direct in de wieg worden omgetoverd tot een geloofsgemeenschap; anders klopt zijn verhaal niet meer.

Denk erom, herhaalt dr.Veldhuis steeds opnieuw: Israël is primair de naam van een geloofsgemeenschap! Zou hij niet weten dat er ook altijd ongelovige Israëlieten zijn geweest? Zoals vandaag de seculiere Jood ook volgens eigen beleven wel tot het volk behoort?

De besnijdenis als lijfelijk teken is voor hem niet het teken van de lijfelijke verkiezing van het nageslacht van de aartsvaders, want er werden ook niet-afstammelingen (gaat het dan toch primair om afstammelingen?) besneden en toegevoegd. Dat Ruth door lsraëls God wordt opgenomen in zijn plan zou ook al weer een bewijs zijn van zijn merkwaardige stelling, maar dat zij expliciet ook voor het volk van Naomi kiest in plaats van voor de Moabieten, laat Veldhuis weg.

Ezechiël (47:21-23) wordt erbij gesleept, maar daar gaat het gewoon over omgaan met de vreemdeling die bijwoner is. Zou de profeet Ezra wel in zijn Bijbel staan? Dat is toch de profeet die o.a. optreedt tegen de assimilatie, maar in de profetenschool van Veldhuis zal waarschijnlijk de assimilatie toegejuicht worden in het kader van het universalisme.

Het gaat primair, juist primair, om een etnische gemeenschap, God en mensen vertegenwoordigend op aarde in het contactpunt Sion.
Als Veldhuis gelijk had dan hadden de profeten niets te doen gehad! Dan hoefden zij deze etnische gemeenschap niet steeds te herinneren aan zijn opdracht en functie. Het is al vaker gezegd:je kunt je geloofsgemeenschap de rug toekeren, maar je afstamming niet.

M.i. ligt in de hierboven beschreven misvatting het begin van alle theologische narigheid.
Als die is opgeheven, door weer gewoon te lezen wat er staat, hoeven we absoluut niet steeds te vragen welk Israël wordt bedoeld; er is maar één Israël, geboren uit de twaalf stammen, dat sinds 1948 zijn land en politieke status eindelijk terug heeft. En God zij dank mogen ook wij het voorbeeld van Ruth volgen en kiezen voor de volksgemeenschap van Israël. Dat is ook politiek gezien voor het Midden-Oosten de remedie: erkenning van Israël als de staat van de Joden.

Palestijnen
Henri Veldhuis wil ook wat zeggen over de naam Palestijnen. Die naam is - weten we - aangenomen door de in Palestina wonende Arabieren en officieel pas vastgelegd in het handvest van de PLO, na 1967. Veldhuis heeft het hier niet over, maar vindt het irritant als we spreken van Arabieren; hij zou dat graag beschouwen als een leugen. Echter, als de naam Palestijnen zou slaan op hen die in het mandaatgebied woonden dan is ook Golda Meir een Palestijn, merkte zij snedig op.

 

 
 

In paragraaf 4 worstelt hij opnieuw met het feit dat het lijfelijk nageslacht van Abraham is uitverkoren. Hij snapt gewoon niet dat God op die manier de wereld zegenen wil. Maar Hij doet het, dat wil zeggen: als je goed bent voor Abraham. De volgende generaties erven de beloften: het geldt Abraham en zijn nageslacht. Veldhuis noemt wel Genesis 12, maar leest niet wat er staat en annexeert de teksten voor zijn stelling dat Israël eigenlijk géén volk zou zijn maar een geloofsgemeenschap. Hoe? het is haast niet te volgen zo krom: "Steeds blijft Hij zelf de schepper van dat nieuwe Israël [staat dat in Genesis 12 ???], ook over etnische grenzen heen en langs andere lijnen dan die van bloedverwantschap, zodat op die manier [het toverstokje!] Abraham een zegen kan worden voor alle volken."

Maar ja, dat staat er niet. Er staat heel helder: Ik zal zegenen wie u zegenen" en inderdaad, Hij zal vloeken wie Abraham en zijn nageslacht kwaad doen.
Dat Israël zich nooit een superieure status kan aanmeten is dan als Veldhuis' toegift een opmerking die een open deur intrapt. Het lijkt verdacht veel op een projectie: Veldhuis en zijn Sabeelvrienden menen immers ver boven Israël te staan, als moraalrechters. En dat is wel een heel andere functie dan die van bondgenoot of mede-burger, en ze lijken dan ook in de verste verte niet op Ruth.

Het land
Israël mag het land niet tot zijn bezit rekenen van Veldhuis c.s.; zijn argument luidt: God is niet een God van bloed en bodem. De gotspe.

In de Bijbel staat te lezen dat Israël afstamt van de aartsvaders en dat Israël het land “erfelijk in bezit” moet nemen, en dat de volken die het hebben ontwijd, met hun kinderoffers bijvoorbeeld, verdreven moeten worden.

Israël krijgt het land uiteraard niet op grond van z'n etniciteit, maar wel als etnos, op grond van Gods opdracht en belofte. En niet direct al: pas na ruim vierhonderd jaar, want "eerder is de maat van het kwaad (van de Kanaänitische volken) niet vol”. God heeft geduld met alle volken - tot aan een grens.

De universalisering van het heil, de shalom, vanuit Jeruzalem, hangt voor de volken aan de erkenning van Israël, aan het goed zijn voor Israël, ook politiek. Maar dat is iets anders dan universalisme, want het onderscheid tussen de volken blijft bestaan.

Paulus
Als Paulus zegt: eerst de Jood maar ook de Griek, haast Veldhuis zich om te zeggen: maar dat betekent niet dat een Jood belangrijker is dan een Griek. Hij is kennelijk jaloers en wil zelf op de eerste plaats staan, net als de kerk van de vervanging of verdringing. Misschien kan hij leren van de Syro-Phoenicische vrouw... Dan verliest hij misschien zijn "christelijke zelfbevestiging" die hij op p.19 trouwens de christelijke vrienden van Israël op zeer dubieuze wijze aanwrijft.

Hij meent de ideeën van Paulus over te nemen en heeft niet in de gaten dat hij Paulus misvormt naar zijn eigen ideeën. Paulus zou het onderscheid tussen Jood en Griek hebben uitgewist en dat tussen man en vrouw. Kent ds. Veldhuis Handelingen 15? En is hij getrouwd?

Internationaal recht
De in Christus afgebroken muur zou Israël weer hebben opgericht... Deze voorstelling van zaken is schandalig, want de reden van de door Veldhuis bedoelde muur is bekend: het gaat om de bescherming van het leven van Israëls burgers. Via deze muur komen we dan aan bij de welhaast religieuze eerbied voor het internationale recht, dat bijna als een soort van openbaring de waarheid over de werkelijkheid zou uitspreken. Heel velen binnen de PKN stellen dit internationale recht boven de rechtsnormen van de Bijbel. In de achtste paragraaf heet het zelfs de plicht van "religie-aanhangers" (?) om het internationaal recht na te komen. Weet Veldhuis niet dat resoluties en uitspraken van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag niet bindend zijn? Er valt dus niks na te komen. Slechts geratificeerde verdragen zijn internationaal rechtelijk gezien bindend.

Op p.22 stelt Veldhuis dat we "twee normatieve kaders" hebben. Dat is zoiets als het aanbieden van twee goden! Wij hebben genoeg aan de Bijbel en moeten daaraan niet alleen maar theologische brochures, maar ook alle uitspraken van het internationale gerechtshof toetsen. Israël wordt in het kader van het universalistisch theologiseren vervangen door de VN (dus door alle volken) en het hoogste gezag van de Bijbel door dat van het internationaal recht.

Ontkende democratie
Voor de vrienden van Sabeel bestaat er principiële onverenigbaarheid tussen democratie en de Joodse (op etniciteit gebaseerde) staat (p.24).
Je zou bijna zeggen: 
"Kom en zie" hoe in Israël de soldaat die zich misdraagt wordt gestraft in tegenstelling tot Palestijnse terroristen in Gaza.
"Kom en zie" hoe in Bikur Cholim (orthodox Joods ziekenhuis in Jeruzalem) ook de Arabieren worden geholpen, zelfs als de pijnstillers zijn gestolen. 
"Kom en zie" hoe de Arabieren hun stem mogen laten horen in de Knesset. 
"Kom en zie" hoe de kritiek op de regering in Israël welig tiert en "kom en vergelijk" met de landen rondom.

Geschiedenis
Dr. Efraim Karsh, historicus, hoogleraar aan King's College in Londen en hoofd van het Middle East and Mediterranean Studies Programme, haalt in zijn boek ‘Palestine Betrayed' de historische waarheid, die is ondergeschoffeld door tal van ideologen, gevolgd door de vrienden van Sabeel, compleet weer boven water. Waar zij zaken verzwijgen en andere verdraaien, geeft Karsh argumenten en documenten en zeer uitgebreide citaten die de leugens van de geschiedvervalsing finaal onderuit halen.

Geschiedvervalsing is een bekend en geliefd middel geworden bij hen die Israël als een zondebok de woestijn of de zee in willen drijven, en deze basis is ook de zandgrond waarop de brochure van Veldhuis is gebouwd. Het is onmogelijk alle leugens te weerleggen, vanwege de kwantiteit. We willen ons concentreren op de leugen van de etnische zuivering die Israël vanaf het begin zou hebben nagestreefd of gewild. Maar daaraan vooraf een kleine opfrissing van het geheugen.

Er is een zwart-wit verschil tussen de haj Amin Husseini, de Jeruzalemse mufti van het NEE tegen het verdelingsplan van 1947, en diens  voorganger. De haj Amin Husseini is met leugen en bedrog aan de macht gekomen (Karsh, p.16 e.v.). Hij heeft alles gedaan om een Joodse staat te voorkomen. Deze man was Hitler zeer toegedaan. Hij verspreidde ook de "Protocollen" en hoopte op gaskamers in Palestina. Door het verspreiden van valse geruchten zijn de Arabieren door hem verder opgehitst en vonden de aanslagen plaats in Jeruzalem en in Hebron in 1929, naast allerlei andere agressie en opstootjes tegen de Joden, reeds lang voordat de staat Israël bestond.

De echt vijandige groep Arabieren was aanvankelijk maar klein en de voorganger van de genoemde mufti, Kamil Husseini, heeft de eerste steen gelegd voor de Hebreeuwse Universiteit in 1918! De emir Feisal ibn Hussein van Mekka was beslist niet vijandig en sloot een verdrag met Chaim Weizmann: welkom aan de Joden. Het lijkt een sprookje, zoals het begin van het boek Job.

We beperken ons verder tot die ene afschuwelijke leugen op p.24 in Veldhuis' brochure: "Aan die politiek van etnische zuivering is Israël consequent blijven vasthouden tot in onze tijd toe, en het schendt daarbij telkens het internationaal recht".

We zijn van mening dat het weerleggen van alleen deze leugen genoeg kan zijn om alle leugens die daaruit voortvloeien te weerspreken. Dat kan met de citaten van woorden van Ben Goerion, die vaak ten deze als juist de boosdoener wordt aangewezen door de vrienden van Sabeel.

Uit een brief van Ben Goerion aan zijn zoon Amos: "Wij willen de Arabieren niet verdrijven om hun plaats in te nemen en hoeven dat ook niet. Heel onze aspiratie is gebouwd op de aanname - bewezen in al onze activiteiten in het land (Israël) – dat er genoeg ruimte is in het land voor onszelf en de Arabieren.”

In 1937 had hij al gezegd, op het twintigste Zionistische Congres: "Geen Joodse staat, groot of klein, in een deel van het land of in het hele land, zal (werkelijk) gevestigd zijn zolang het land van de profeten nog niet de getuige is van de verwerkelijking van de grote en morele ideeën die generaties lang in onze harten gevoed zijn: één wet voor alle inwoners, rechtvaardig bestuur, liefde voor de naaste, ware gelijkheid. De Joodse staat zal een rolmodel voor de wereld zijn in zijn behandeling van minderheden en leden van andere volken. Wet en recht zullen prevaleren in onze staat, en een sterke hand zal alle kwaad uit onze gelederen uitroeien. Dit uitroeien van alle kwaad zal geen onderscheid maken tussen Joden en niet-Joden. Net als een Arabische politieman die Arabische relschoppers helpt zwaar zal worden gestraft, zal een Joodse politieman zwaar worden gestraft als hij Arabieren niet beschermt tegen Joodse raddraaiers."

Tegen de klippen op houdt Israël dit vol.

 

 

 

25. Christelijke journalistiek als het gaat om Israël

Naar aanleiding van diverse artikelen in het Nederlands Dagblad is onzerzijds contact opgenomen met de redacties.

Wij constateren uit de correspondenties die er geweest zijn dat in de redactie-kringen van het ND niet is doorgedrongen dat Paulus heel ernstig waarschuwt tegen christelijke hoogmoed ten opzichte van Israël en de synagoge, vooral in zijn brief aan de Romeinen. Met name de gepensioneerde journalist Aad Kamsteeg is kennelijk nog van mening dat hij als christen mag optreden als getuige à charge tegen Israël.  

Nadat de kerk het Joodse spoor van Jezus had verlaten (zie onze publicatie over de heidense wortels van het christelijk belijden, te verkrijgen in onze webshop) heeft zij gemeend dat haar geloof veel beter was dan dat van de vrome Jood in de synagoge. Maar wat is geloof eigenlijk? "Een vast vertrouwen en een zeker weten waardoor ik Gods Woord voor waarachtig houd” – zegt de brief aan de Hebreeën, en zowel Paulus als Jacobus noemen Abraham als het grote voorbeeld. Het ondertekenen van de christelijke belijdenis wordt hier door de apostelen niet genoemd en ook niet in het vervolg van Hebreeën 11. Sterker nog, Jacobus zegt: laat liever zien wat jullie doen. 

Gods beloften zijn onberouwelijk. In de Bijbel van Jezus, die de Bijbel van de synagoge is, staat te lezen dat de HEER de herder is van elke gelovige Jood en dat hem niets ontbreekt. Psalm 23. Waarom geloven wij dat dan niet? Dat wij ervan overtuigd zijn dat Jezus de messias is, die de vrede van psalm 72 gaat realiseren, is een groot voorrecht. Maar wie dat voorrecht niet geniet is daarmee nog niet ongelovig.

In ND-kringen (maar ook in andere christelijke kringen) denkt men echter van wel. Joden moeten christenen worden en anders gaan ze voor eeuwig verloren. En wie in z’n christelijke bekeringsdrift gefrustreerd raakt… gaat die frustratie afreageren. Dat deed Luther ook.

 

Aad Kamsteeg lijkt te zoeken naar gelegenheden om Israël te bekritiseren. In het verleden open en bloot, door te zeggen dat Israël zijn vijanden de andere wang zou moeten toekeren... Nu in bedekte termen. Bij voorbeeld door zich te verschuilen achter anderen. Zou hij echt niet door hebben dat deze opdracht van Jezus hem geldt en u en mij? Kamsteeg echter meent dit woord van Jezus te mogen hanteren om boven diens volk te gaan staan, en het daarmee de les, Kamsteegs les, te leren. Hij raakt op deze manier wel Gods oogappel aan.

 

Het bestaan van een christelijk dagblad kan een zegen zijn….

Het zou christelijk Nederland kunnen uitrusten/toerusten met de goede voorlichting, met het doorprikken van de laster en de leugen die in onze tijd weer steeds vaker Israëls deel zijn.

 

Gaat in Israël alles goed? Nee natuurlijk. Maar wij als familie van onze oudste broeder mogen gebruik maken van het verschoningsrecht (je hoeft niet tegen je broeder te getuigen). Wat zegt het dan over ons als wij dat niet doen? Dan haten wij onze broeder.

Dat door de profeet Jesaja wordt opgeroepen om Israël te troosten, zou via de lezers van een christelijke krant handen en voeten kunnen krijgen in de actualiteit, waar zich immers de geschiedenis afspeelt die de Bijbel bedoelt.

God zal de volken oordelen op hun houding tegenover zijn volk.

De Tora, de bijbel van Jezus en zijn leerlingen, grond, basis en kern van het NT, belichaamd in de gestalte van Jezus, is geen theologisch boek, geen theoretische verhandeling, geen moralistische handleiding die door christenen aan Israël zou mogen worden voorgehouden! Deze omkering van zaken moet een gotzpe heten.

De bijbel is een profetisch boek, dwz het spreekt van Gods bedoeling met zijn volk in deze wereld ter redding van zijn wereld. Het roept ons tot de orde.

Christenen (volgelingen van Jezus)  kunnen laten zien dat de wereld zonder het licht van die menorah in Sion steeds dieper wegzakt in de buitenste duisternis. Zij kunnen dat doen in echte solidariteit met het volk van Jezus en door zich verre te houden van alles wat dat volk schaadt. Israël is Gods zaak en Israëls lijden is onze zaak. Dat kunnen wij verzwaren of verlichten. Zeker ook door middel van een christelijke krant.

24. Israël-debat

(geweigerd door ND mei 2018)

Aad Kamsteeg vertolkt eigenlijk een heel modern journalistiek standpunt: "beide partijen in het debat moeten aan het woord en dan graag wat genuanceerder." Dan kan de krant lekker jongleren.

Voor mij en veel anderen zou het in de journalistiek helemaal niet moeten gaan om nuances maar primair om de waarheid. Mijn krant moet vertellen wat er klopt van al die beweringen en verslagen - en zeker als die krant zich christelijk noemt. Zij moet mij helpen te doorzien wat politiek anti-Israël gekleurd is en wat niet.

Het voorstel van Kamsteeg is het voorstel om vlees noch vis op te dienen. Of: een maaltijd zonder zout, die - bovendien -  noch heet is noch koud.

Is het voor christenen nu zo moeilijk om te geloven wat de Bijbel in deze dingen ongenuanceerd zegt? Dat God trouw is aan zijn eens gegeven Woord bij voorbeeld? Of geldt dat alleen maar voor christenen?

De Bijbel is helder : Israël is en blijft Gods volk en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen. En als de volken rondom weigeren Israël als staat te erkennen dan zullen ze te maken krijgen met deze God, die wel geduldig is maar geen nuances aanbrengt in zijn plannen.

Kamsteeg heeft in het verleden ook menigmaal geprobeerd Israël moralistisch te veroordelen en hij heeft het bestaan om ooit te zeggen dat Israël de vijand de andere wang moest toekeren.... 

Ik vind dit ongenuanceerd puur slecht. Christelijke hoogmoed pur sang.

Maar de boter op het christelijke hoofd zal onherroepelijk gaan smelten.

 

g.a. vd spek-begemann

pastoor Hendrikspark 35

1251 MB Laren

 

 

23. De tekenen van de tijd

(geweigerd door het ND)

februari 2018

door: G.A. van der Spek - Begemann

 

In de kerk wordt nogal eens gespeculeerd over het tijdstip van de wederkomst van Jezus (ND 2-2-2018). Dat is niet verstandig, want dan verspillen we onze energie terwijl we onze lamp brandende moeten houden. Beter kunnen we goed luisteren naar wat Jezus zelf hierover zegt in de context van het grote geheel, omdat we ons anders blind staren op details en het spoor bijster raken.

Dat grote geheel is Gods plan om zijn vrede en zijn gerechtigheid hier op aarde te bestellen. Dan, in dat messiaanse vrederijk waar de profeten continu over spreken, waar de oorlog niet meer zal worden geleerd, zal over de hele wereld de wet (de Torah, het onderwijs) uitgaan vanuit Sion, en het Woord van de Heer vanuit Jeruzalem, zegt Jesaja, en dan zullen alle vorsten van de wereld zich buigen voor Hem, de koning van Israël, volgens psalm 72.

Als het gaat om ‘wanneer’, is de belangrijkste uitspraak van Jezus: “let op de tekenen van de tijd.” Meer weet ook Hij niet. En zeer verhelderend daarbij is dan Handelingen 1, waar de discipelen vragen “of Hij dan nu (na Pasen) het koningschap voor Israël herstelt”.  Zij vragen naar het tijdstip. Jezus herhaalt dan wat Hij al eens eerder tegen hen heeft gezegd, dat niet Hij, maar zijn Vader de tijden en gelegenheden bepaalt. En dan volgt de opdracht over wat zij in die tussentijd moeten doen: getuigen zijn van Hem, van wat ze allemaal hebben meegemaakt t/m Pasen, en straks ook nog met hemelvaart en Pinksteren.

In de kerk zijn we dat ‘koningschap voor Israël’ vergeten, of we willen het niet weten in de christelijke hoogmoed van de vervangingstheologie. In die theologie is Israël geschrapt, reeds te zien aan het apostolicum. Op het bordje boven het kruis stond het niettemin voluit te lezen: Jezus de Nazoreër koning der Joden.                                                                                  

Voor de rechterstoel van Pilatus kwam juist dit punt als het grootste punt naar voren. Het Sanhedrin wilde doen voorkomen dat Pilatus’ gezag werd bedreigd door Jezus. Dan vraagt Pilatus Hem: zijt gij de koning der Joden? en alleen op deze vraag geeft Jezus antwoord: ja. Vervolgens blijft Hij zwijgen. (Marcus 15)                                  

Een belangrijk gegeven is ook dat er wrevel ontstaat over dat opschrift boven het kruis. Dat moet volgens het Sanhedrin luiden: dat Hij gezegd heeft dat Hij de koning der Joden is. Maar Pilatus trekt zich daar niets van aan en heeft geschreven wat hij schrijven moest. Heeft de kerk dezelfde opvatting als het Sanhedrin toen?

De engel Gabriël ( “die voor God staat”) zegt het al voor de geboorte tegen Maria: dat God Hem de troon van zijn vader David geven zal. En voor Maria en voor de discipelen en voor heel Israël is het absoluut geen vraag waar die troon stond en staan zal: in Jeruzalem. Ja, dat aardse Jeruzalem. De intocht was maar een voorproefje van wat straks staat te gebeuren. Jezus komt immers terug op de Olijfberg (Handelingen en de profeet Zacharia).

Derhalve hebben wij te letten op wat Jezus zelf aangeeft: de tekenen van de tijd; dat zijn de gebeurtenissen in de geschiedenis. En daarbij hoort zeker ook het uitlopen van de vijgeboom, die Israël is. Dit teken wordt breed uitgewerkt in Ezechiël 37, over de dorre doodsbeenderen die zich weer gaan voegen. Het gaat dan opnieuw om tijd, want er gebeurt van alles; het gaat over een proces in fasen.                                    

Ook de andere tekenen die Jezus noemt zijn allemaal volop aanwezig in onze tijd.

In de christelijke theologie is de vraag van de discipelen smadelijk verworpen, als zouden zij er niets van hebben begrepen. Hiëronymus (4e eeuw)  vertelt erbij waarom: het is te Joods 

Naar wie moeten wij luisteren? Naar het zogenaamde DNA van de kerk, naar de theologie, of naar Johannes de Doper die aandringt op onze bekering omdat Jezus in aantocht is.  

In het grote geheel van Gods plan heeft Jezus de sleutelrol. Hij heeft gezorgd dat Gods plan doorgang kan vinden: het messiaanse vrederijk, met Israël in de hoofdrol en Jeruzalem in het midden. Want van deze stad zegt de HEER: Ik zal Jeruzalem nog verkiezen (Zacharia). Daar stond de troon van David. Daar zal hij opnieuw staan, gegeven aan diens grote zoon.  

22. De dogmatische schildwacht

januari 2018 - geweigerd door het Reformatorisch Dagblad

 

Ds Mensink heeft de onveranderlijkheid van God aangewezen als schildwacht om te komen tot beantwoording van de vraag van jongeren rond de leeftijd van dertig jaar. Dat lijkt mij een heel goede zaak.

Hij had gedacht dat de belangrijkste vraag voor deze leeftijdsgroep was: “hoe leef ik met God in deze tijd”, maar zelf geven zij aan dat ze meer bezig zijn met de vraag “hoe werkt God in deze tijd”.  Dat is interessant!

De jongeren kijken dus verder om zich heen dan hun persoonlijke geloofsleven.

Jammer dat ds Mensink, die de vraag lijkt op te pakken, die vraag toch ook weer terugbuigt naar zijn eigen idee van de belangrijkste vraag van jongeren. Ware dat niet het geval dan was misschien wel het antwoord gezocht waar het moet liggen: in de geschiedenis. Want daar werkt God.

In de geschiedenis is  zijn Zoon geboren, gestorven en opgestaan. Toen keizer Augustus het Romeinse rijk regeerde. Toen Pilatus stadhouder was.  “Alzo lief heeft Hij de wereld gehad…” (Johannes-evangelie).  De wereld. Zijn wereld.

Dat rijkt verder dan mijn zieleheil. Dat gaat over meer dan ethiek.

Daar, in de geschiedenis,  kunnen we dan gaan zien hoe Hij werkt. God werkt altijd, gisteren en heden Dezelfde.

Als we in de goede richting zijn gezet door die bijbeltekst uit Johannes, de richting van de geschiedenis van het komende Koninkrijk, kan vervolgens worden gevraagd: hoe dan? Hoe werkt God in de geschiedenis?

De door ds Mensink aangewezen schildwacht bewijst goede diensten bij het stellen van die vraag en is dan tegelijk een vuurtoren, een wegwijzer.

Gisteren en heden Dezelfde, onveranderlijk.

Hij werkt zijn plan uit voor het herstel van zijn wereld, zijn schepping, door mensen bedorven.

Daartoe kiest Hij een eigen volk waarmee Hij een verbond sluit voor eeuwig. In zijn Naam JHWH (Ik ben erbij) verbindt Hij zich met dit volk: de God van Abraham, van Izak en van Jakob. Zo wil Hij voor eeuwig worden genoemd (Exodus 3).  

Hij is niet een God van doden, maar van levenden. Dat zegt Jezus. Jezus, die zijn Vader met zijn volk heeft verzoend, zodat het plan van God doorgang kan vinden.

Dat volk is er nog, hoezeer ook de wereld probeert zich ervan te ontdoen. Die God is er nog, de God van Israël, die Jeruzalem nog zal verkiezen (Zacharia). Misschien dat Trump daarin een functie vervult. Hij doet zijn Woord gestand, Hij heeft het volk teruggebracht naar zijn land. De dorre doodsbeenderen worden gevoegd en bekleed met spierweefsel. Straks komt de Geest en het leven.

Zo werkt God. Dat is het antwoord wat de jongeren zoeken. Laten zij de geloofsbelijdenis van Ruth leren nazeggen en hun leven wordt een stuk boeiender, evenals de krant.

Laten zij dan  letten op de tekenen van de tijd en indachtig zijn aan de opdracht: “troost, troost mijn volk”, niet alleen in de ballingschap uit de tijd van Jesaja, maar ook over een kerkgeschiedenis die het volk heeft verguisd en vervolgd.

Leer de jongeren de geloofsgehoorzaamheid die Paulus bedoelt (in bv de Romeinenbrief): het onderhouden van al wat Jezus ons geboden heeft (slot van Mattheus). En laten zij weten dat Paulus bedoelde dat wij op die manier (en niet anders) zijn volk tot jaloersheid zouden kunnen brengen. Dat wij in de kerk hebben te luisteren naar Johannes de Doper ipv naar het zogenaamde DNA van de kerk. Dat wij ons als kerk moeten bekeren, opdat Hij komen kan over vlak gemaakte wegen zonder kuilen. Hosannah!

G.A. van der Spek-Begemann

21. Dr. Dick Akerboom, Luther en de lutherse synode

G.A. van der Spek-Begemann

Dr. Dick Akerboom hield op de lutherse synode op zaterdag 25 juni 2017 een referaat waarin een poging werd gedaan om Maarten Luther te beschermen tegen het verwijt van anti-semitisme.

Een van de ‘tegenargumenten’ zou bij voorbeeld zijn dat Luther een kind van zijn tijd was. Diens laakbare uitlatingen moeten dan “in dat licht worden gezien”.

Dus dan moet ook het antisemitisme van veel Duitsers en Nederlanders in W.O. II worden gezien in het licht van hun tijd: de tijd van Hitler. Volgens de redenering van dr. Akerboom mogen we ook daar dus niet zwaar aan tillen.

Een tweede ‘tegenargument’ tegen het verwijt van anti-semitisme: Luthers negatieve uitlatingen over Joden zouden theologisch van aard zijn...

Wie Luthers laatste geschrift heeft gelezen Von den Juden und ihren Lügen weet wel beter. Daar ging het om maatregelen die tegen de Joden zouden moeten worden genomen: hun boeken verbranden, werkkampen voor hen inrichten, verplichte herkenbaarheid op straat enz enz. Als dat theologie is was Hitler zeker ook een theoloog?

20. PKN komt niet in actie tegen anti-semitisme

G.A. van der Spek-Begemann

We weten allemaal dat in de kerkorde is vastgelegd dat de PKN zal opkomen tegen anti-semitisme.

Het NIW, weekblad van de Joodse gemeenschap in Nederland, doet verslag van anti-semitische uitlatingen door een lid van de gemeenteraad in Den Haag, te weten de heer Abdoe Khoulani, van de islamitische partij van de eenheid. En het blad roept op tot massaal protest, bij monde van o.a. opperrabbijn Jakobs en dr Ron van der Wieken, voorzitter van het Centraal Joods overleg. Het blad houdt ook bij hoeveel protesten er binnenkomen bij de politie. Kees van der Staaij van de SGP steunt de oproep.

Wie benieuwd is naar de reactie van de PKN, of de stand van het protest wil volgen gaat natuurlijk naar haar website, en vindt… helemaal niets!

Desgevraagd laat de PKN weten, bij monde van de heer Binnendijk, de officiële man van de communicatie van de PKN, eerst de uitspraak van de rechter te laten bepalen of er sprake is van anti-semitisme… Ook zal de PKN met haar “partners in deze” overleggen.

Dit stinkt – er is geen beter woord.

Wie zijn in vredesnaam die “partners” die inspraak zouden hebben in onze kerkordelijke verplichtingen; of wie zijn die partners die met de kerk mee het anti-semitisme bestrijden? Joodse instellingen worden in elk geval niet bedoeld, want die protesteren al. De SGP misschien?

Is de kerk afhankelijk van de wereldlijke rechter om te weten of de opperrabbijn gelijk heeft? Gezien de kerkgeschiedenis van de Jodenvervolging is dit een nieuw absoluut dieptepunt van huichelachtigheid. 

Om welke uitspraak gaat het?

Schoolkinderen uit Israël in het programma Young Ambassadors (31 mei jl) worden door de heer Abdoe Khoulani “zionistische terroristen in wording” genoemd, “keurig op bezoek bij de SGP. Dit zijn de toekomstige kindermoordenaars en bezetters” voegt hij er aan toe.

Hoe durft de PKN te twijfelen… hoe DURFT ze…

19. Nog altijd actueel

18. Mevrouw dr Janneke Stegeman en het zionisme

G.A. van der Spek-Begemann

Het Reformatorisch Dagblad verleent van tijd tot tijd podium aan de theologe dr Janneke Stegeman. Zo ook op 12 april 2017 middels een kritiekloos verslag van haar publieke lezing, gehouden aan de Vrije Universiteit voor de Theologische werkgroep van Kairos-Sabeel. Nu kan zout aan de pap altijd nog achteraf worden toegevoegd, en één van de lezers deed daar moeite voor, maar op oneigenlijke gronden werd dit afgewezen. We moeten dus aannemen dat het RD geen kritiek verdraagt. Of, in het ergste geval: dat de RD-redacteuren zich aansluiten bij de Sabeelprofeten.

Profilering

Dr Stegeman behoort tot de kring van deVrienden van Sabeel, een internationale beweging die zich anti-zionistisch profileert vanuit de Palestijnse bevrijdingstheologie. Ook de BDScampagne is in deze kring geboren. Dries van Agt en dr Henri Veldhuis behoren tot de aanstichters en Janneke is op Nederlandse bodem paladijn van de inmiddels geëemeriteerde Naim Ateek, de oprichter van het instituut Sabeel in Jeruzalem.

Het gedachtegoed van deze beweging gaat lijnrecht in tegen de door de PKN in haar kerkorde beleden onopgeefbare verbondenheid van kerk en Israël. Veldhuis heeft ervoor gepleit dat ook de Palestijnen in de kerkorde zouden moeten worden opgenomen…  

Zionisme en Sabeel-theologie

Janneke Stegeman stelt volgens het verslag dat het christelijk zionisme een product is van de Reformatie, en dat dit product de basis zou vormen van het Joodse zionisme van de vorige eeuw. De logica is wel een beetje zoek bij de theoloog van het jaar, want het Joodse zionisme dateert van bijbelse tijden en de Reformatie van de zestiende eeuw.

Hoe verloopt dan haar “redenering”? Misschien hebben we iets gemist? Laten we nog eens heel goed luisteren.

Mevrouw Stegeman verwijt de reformatoren dat zij de Bijbel en de profetie letterlijk lazen. Je moet concluderen dat zij dat in haar ogen niet hadden mogen doen.

Bij de Sabeelvrienden is elke vorm van zionisme uit den boze.

Het feit dat volgens de Bijbel het land aan Israël is beloofd, en dat ook buiten het land in de ballingschap en in de diaspora het verlangen naar Israël altijd is blijven bestaan, het zionistisch verlangen, vereist dan een operatieve ingreep in de Bijbeltekst, als je dat allemaal niet wilt horen. Het kan zelfs niet blijven bij een (weg)kijk-operatie; het mes moet erin. De chirurg van Sabeel snijdt alles weg wat Sabeel niet bevalt. Ook veel prachtige psalmen verdwijnen.

We kunnen spreken van spiritualiserende incisies.

Het beloofde land, in de Bijbel beloofd als concreet stuk grond, bedoeld als woonplaats voor de twaalf stammen van Israël, wordt ‘het heilige land ‘, en dat kan zelfs in Utrecht liggen. Dat is de mening van de Palestijnse theoloog dr Munther Isaac, in Kerk en Israël Onderweg. Nog mooier: het kan overal liggen! En: het is van ons allemaal.

Dat de Joden zelf de Bijbel letterlijk nemen als het gaat om het hun beloofde land, schijnt er niet toe te doen. De christelijke hoogmoed weet het beter. Maar Mozes en allen die hem volgen waren en zijn zionist. Wie Israël liefheeft en respecteert is dat dus ook. Het zionisme is geen christelijk product, en het christelijk zionisme is een Bijbelse vrucht.  

Theodor Herzl, als seculiere Jood, was niet religieus, en voor mw Stegeman moet zijn zionisme daarom wel afhankelijk zijn van de Reformatie, toen de reformatoren de Bijbel letterlijk namen. Nog afgezien van het verschil tussen post en propter is het hele idee al onzinnig genoeg.

Sabeel en de Reformatie

Voor de Sabeelvrienden geldt niet: sola Scriptura maar: sola theologia Palestiniensa, oftewel : alleen de Palestijnse (bevrijdings)theologie. Naar haar zullen we moeten luisteren. In dat geval zal het ook goed gaan in het Midden-Oosten  en de groot-Palestina-gedachte zal worden nagestreefd.

De God van Israël trekt zich echter niets aan van welke theologie ook.

De landbelofte maakt niet alleen van gelovige Joden zionisten, maar van alle Joden, ook van Theodoor Herzl. Uitzondering op de regel vormen de Joden met zelfhaat, van bij voorbeeld EAJG.

De Jood Herzl zou met zijn seculiere zionisme afhankelijk zijn van de Reformatie.

Janneke vergeet dat God zelf zijn mensen kiest, zoals Hij ook Cyrus de Pers lang voor de reformatie had uitgekozen voor een functie in het plan om zijn volk thuis te brengen in het land.  De God van Abraham Izak en Jakob kiest die mensen uit naar zijn, en niet naar haar believen. En waar het land ligt? Google weet het ongetwijfeld.

De alya (de opgang /de thuisreis van de Joden)

Er is meer wat niet onweersproken mag blijven in haar verhaal, iets wat verband  houdt met het voorgaande.

Een bekende foutieve uitleg van christelijke hulp bij de terugkeer van de Joden naar hun land neemt zij over: “de komst van de Joden naar Israël stimuleren doen de christenzionisten om de komst van Christus te bespoedigen.”   

Tijden en gelegenheden zijn aan de Vader, zegt Jezus. Daar hebben ook mensen die Joden naar Israël helpen geen invloed op, en zij weten dat.

De Joden die naar Israël willen terugkeren behoren juist door christenen te worden geholpen. Dat is eenvoudig een zaak van morele christenplicht, van veilig thuis brengen en beschermen.

Het antisemitisme ligt immers in onze tijd alweer (vrij naar de geschiedenis van Kain en Abel) “als een belager aan de deur”, misschien wel aan de kerkdeur, en koshere christenen hebben de taak dat tegen te staan waar we maar kunnen. Het bloed van onze oudste broeder “roept tot God van de aardbodem”. Ja wij zijn welzeker de “hoeder van onze broeder”. En we hebben al zo lang verzaakt.

Profetie reikt verder

De theologie van het instituut Sabeel is nog altijd blind voor het feit dat de Bijbel niet maar verhaalt wat in het verleden is gebeurd, maar ook spreekt over wat nu gebeurt en morgen gaat gebeuren. Profetie is in de bevrijdingstheologie slechts een maatschappijkritiek die politiek moet worden aangewend. Maar profetie gaat veel verder: ten diepste tekent zij de geschiedenis van het komende Koninkrijk.

Dat de staat Israël na de koningentijd, na een paar duizend jaar, weer op de kaart staat maakt van 1948 een heel bijzonder jaar. Israël bevindt zich weer op de plek die aan de aartsvaders was beloofd. De dorre doodsbeenderen uit het dal van Ezechiël worden gevoegd. Zelfs de 19e eeuwse historicus en Jodenhater Toynbee heeft zijn verbazing uitgesproken over het feit dat Israël nog nooit definitief van het wereldtoneel was verdwenen. De staat Israël is niet gevestigd in Oeganda - wat de politiek had gewild. De God van Israël, die zegt wat Hij doet, doet nu eenmaal altijd wat Hij zegt!

Samengevat en concluderend

Dat de seculiere Jood Theodor Herzl zionist was behoeft geen theologische verklaring: hij was een Jood. Dat zijn zionisme christelijke wortels zou hebben in de Reformatie is de zotheid gekroond. Alsof de Bijbel – die volk en land aan elkaar verbindt - afhankelijk zou zijn van een kerkelijke reformatie in de zestiende eeuw!

Dat het Zionistisch congres zou zijn gehouden omdat de reformatoren de Bijbel letterlijk lazen – dat gaat waarschijnlijk ons aller verstand te boven. Misschien zijn Jannekes gedachten wel hoger dan de onze, maar toch houden wij ons liever aan de profeten. Die bleken tot nu toe betrouwbaar.

Alleen al wetenschappelijk gezien lijkt het “denken” van mevrouw Stegeman een aanfluiting voor de theologie. Zij zou er goed aan doen haar “vriendenkring” met zijn verkokerde Palestijns-theologische ideologie de rug toe te keren en eindelijk eens zelf de Bijbel eerlijk te gaan lezen.

17. Journalistiek NOS 22 februari 2017

verstuurd naar de NOS:


LS


gisteren hebt u in het journaal de reactie van een Palestijn vermeld op het doodschieten van een weerloze terrorist in Israël.
U liet hem vertellen dat God - in zijn geval natuurlijk de God van de islam, en niet die van de Bijbel- moordenaars straft, maar de journalistieke verantwoordelijkheid vereist dat u daarbij aangeeft dat die God van de islam een uitzondering maakt voor het vermoorden van Joden. Dan bent u eerlijk en niet eenzijdig. In dat geval keert Allah namelijk beloningen uit in de vorm van straatnaambordjes, geld, en later zeventig maagden / die kennelijk niets hebben in te brengen.
Uiteraard zegt de Palestijn dat niet, maar u brengt de kijker zoete koek die niet bestaat. Dat is misleidend en getuigt tegen uw taakopvatting.
De belangrijkste norm voor de journalistiek is nog steeds dat de waarheid helder wordt gepresenteerd.
Het journaal mag niet meewerken aan de verspreiding van zoete koek. De kijker die niet op de hoogte is en weinig kritisch ingesteld moet door het journaal op de hoogte worden gebracht / dat is uw taak.
Ik hoop dat u beter op uw zaak past ipv dat u de PVV in de kaart speelt.
Ik hoop dat u de nodige aandacht besteedt aan de a.s. happening in Rotterdam, en dan in uw belangrijke journalistieke verantwoordelijkheid die, als het om politiek gaat, geen politieke correctheid maar politieke waarheid tot doel moet hebben.

Graag uw reactie, 

mvg G.A. vd Spek-Begemann, 

voorzitter van de werkgroep Vanuit Jeruzalem.

16. Apostolicum

G.A. van der Spek-Begemann

geplaatst in Reformatorisch Dagblad d.d. 25 januari 2017

"Apostolicum basis van christen-zijn" staat er boven het interview met prof. dr J. van Oort (19-1). Als dit waar zou zijn dan is de kerk van de kerkgeschiedenis in de basis al ten prooi gevallen aan de vervangingstheologie, want God de Schepper lijkt helemaal niets te hebben met Abraham Izak en Jakob, terwijl Hij zelf toch voor eeuwig de God van Abraham Izak en Jakob wil worden genoemd (Ex. 3:15)! Een verborgen theologie die dus de dopeling al werd ingeprent. Geen onopgeefbare verbondenheid maar substitutie.

De waarschuwing van Paulus in de brief aan de Romeinen, tegen deze door hem al gesignaleerde christelijke hoogmoed, is kennelijk volstrekt in de wind geslagen, want de kerk heeft zich -  het apostolicum is het bewijs - van de edele olijf losgemaakt en zich zelfstandig gewaand, en zelfs de rollen omgekeerd.

Vanaf het eerste artikel van de twaalf, waarin men God los van Israël meent te kunnen belijden, wordt direct een grote sprong gemaakt naar het NT, en Gods verbond met Israël is kennelijk dood verklaard, en begraven in de verleden tijd.
In die zelf verkozen “zelf-standigheid” kon ze niet meer gevoed worden door de sappen van de edele olijf en is zij tenslotte verdroogd in allerlei theologische twisten en dogmatieken en scheuringen.
Over het doen van de wil van de Vader – volgens Jezus is dat waar het om gaat – lezen we niets; ook niet in Nicea.
Daarom loopt de kerk van de kerkgeschiedenis leeg.

15. Verbinding

afgewezen door TROUW

In Trouw van 3 januari 2017 heeft ds Hartogsveld het nog eens weer over de controverse in de PKN inzake een toenadering tot de islam. En ‘verbinding’ lijkt haar nu toch wel het sleutelwoord voor 2017. 

Heeft zij en hebben al die mensen die bij voorbeeld vroeger achter het IKV aanliepen, of later achter PAX,  en die ‘verbinding’  het hoogste goed achten, nu echt nog nooit beseft dat bepaalde verbindingen desastreus kunnen zijn? Stel dat AlQaida en IS zich gaan verbinden…zich verzoenen. Ze zijn het nog oneens, maar met het sleutelwoord van 2017 zouden ze zich zomaar kunnen verenigen. Het voorbeeld lijkt flauw maar is niettemin to the point.

Allerlei utopieën hebben ook in de kerk opgeld gedaan. De voorbereiding van de kerkelijke fusie van 2004 heette Samen op Weg – prachtig toch? Maar waarheen… ja daar was eigenlijk geen antwoord op gegeven.                                                                                         Nu weten we het intussen zeker. Het ging in ‘samen op weg’ richting christelijk anti-zionisme (zie onze publicatie van 2013 De PKN en Israël). En zo kwamen we tot een PKN die vandaag toenadering zoekt tot de islam - een religie die Joden haat en die Israël van de kaart wil vegen. Vanaf het allereerste begin zwaaide Mohamed met het kromzwaard in de 7e eeuw en heeft hij tal van Joden afgeslacht. Tegengehouden bij Poitiers en later bij Wenen, maar per infiltratie wordt Europa geïslamiseerd.

De ware islam is die zoals Ayan Hirsi Ali die heeft ontmaskerd. Iedereen kan de Koran erop nalezen.

Misschien dat de Bijbel nog een woordje mag meespreken van ds Hartogsveld cs? Juist als het gaat over religie is de Bijbel duidelijk: het volk van God zocht verbinding met de Midianieten die feest vierden voor hun god Baal Peor.  Mooi toch: samen feest vieren - geen oorlog! We weten hoe de God van Israël daarover dacht…. 

In de Bijbel heet verbinding zoeken met de goden van de volken rondom: overspel. En het luisteren naar valse profeten bracht en brengt altijd onheil, zoals we in de vorige eeuw weer hebben meegemaakt in Hitler-Duitsland.

Beter ware het als wij christenen leesbare brieven werden van die Ene Jood om ook de moslims te laten zien dat maar één verbinding heilzaam is voor alle volken : die met Israël.

14. Joods-christelijke wortels

G.A. van der Spek-Begemann

geplaatst in Reformatorisch Dagblad 17 december 2016 

De uitspraken van het theologenduo Janneke Stegeman en Alain Verheij (RD 14-12) verontrusten: zijn dat vertegenwoordigers van de Nederlandse theologie? Dan zijn we diep gezonken. De ‘theoloog des vaderlands’ beweert dat de Joods-christelijke wortels van onze cultuur naar het rijk van de mythe moeten worden verwezen en niet historisch van aard zijn.

Stegeman hebben we al eerder leren kennen als een theoloog wier ‘betoog’ gespeend is van argumenten en troont op ideologische kreten. „Wordt vaak gebruikt om”, „wij constateren dat”, „die wortels zien wij als”, „christenen moeten niet te snel”; er wordt gedebiteerd in plaats van geargumenteerd. Het hele stuk is een aaneenrijging van wat Janneke en Alain vinden, maar hun stelling over de Joods-christelijke wortels berust op helemaal niets.

Stegeman heeft reeds lang partij tegen Israël gekozen door zich te scharen in de gelederen van de vrienden van Sabeel, die de Palestijnse bevrijdingstheologie trachten te bevorderen. De grondlegger van deze theologie, Naim Stifan Ateek, ging als volgt te werk: hij had bij wijze van argumentatie ontzettend veel bijbelgedeelten gewoon geschrapt. Ja dan houd je een anti-Joods boek over. Dat was ook al ontdekt in Nazi-Duitsland, en de ketter Marcion in de tweede eeuw deed exact hetzelfde.

Laten we tot slot nog een ‘stelling’ ontzenuwen en het daarbij dan maar laten. Wij zouden de islam niet gewelddadig mogen noemen omdat er vreselijke dingen zijn gebeurd in de geschiedenis van het westen. Deze ‘redenering’ is te vergelijken met deze: Jan slaat echt niet, want vroeger deed Piet dat ook.

Grappig dat ze zichzelf ineens per ongeluk volstrekt tegenspreken: „het christendom is nooit een godsdienst voor achter de voordeur geweest”. Kijk eens aan! Zouden de beide theologen zich misschien ineens toch nog de Statenvertaling herinneren?!

13. Reactie op de rubriek “Weerwoord” in Reformatorisch Dagblad 12 november 2016

G.A. van der Spek-Begemann

Drs Henk de Waard betoogt: 1 Johannes 5 :7 niet echt, wel waar.  Het begrip ‘triniteit’ uit de theologie komt niet in de Bijbel voor. Dat alleen al moet ons alert maken...   De christelijke theologie is vaak een overgesausd product van de grieks-heidense prima philosophia, die (natuurlijk op z’n heidens, want toen buiten Israël geen Openbaring) altijd bezig is geweest met ‘het goddelijke’.  Vandaar dat in Nicea, als de Joden al uitgerangeerd zijn, gesproken wordt van ousia als het om God gaat. Het goddelijke is een bepaalde substantie, in heidens-griekse ogen. En dus vermenigvuldigbaar en deelbaar. God is dan een soortnaam geworden. Deze filosofie tracht men toe te passen op de God van Israël die zich aan Israël heeft geopenbaard met een Naam die zich aan de geschiedenis van zijn volk verbindt. Exodus 3:15. Voor eeuwig, staat er zelfs bij. Gelukkig geeft u toe: 1 Joh. 5 vers 7 deugt niet als oorspronkelijke tekst maar is een theologische toevoeging. Dan is het niet logisch in uw betoog dat u de inhoud van die tekst gaat verdedigen met allerlei teksten die daar zelfs ook ogenschijnlijk niets mee te maken hebben. Als gesproken wordt over de Heilige Geest dan wordt de Geest van God bedoeld die ook Jezus gegeven was bij zijn doop in de Jordaan. Maar drie personen een in wezen – het is acrobatiek van de bovenste plank van de heidenchristelijke theologie.  “God uit God” heeft gezorgd voor een isgelijkteken dat Jezus zelf absoluut van zich werpt. Hij en de Vader zijn een in liefde, een van Geest, maar Jezus bidt, in diep respect. Hij is de Zoon. Geen enkele tekst die u noemt geeft aanleiding tot dit begripsmatig-heidens denken over God. Voelt u niet dat met ‘triniteit’ een poging wordt gedaan om God in de intellectuele greep te krijgen?   De heidenen (de niet-Joden) kwamen als snel in de meerderheid in de kerk en de intellectuelen onder hen kregen de leiding. Hun geestelijke hoogmoed ten opzichte van alles wat Joods was ziet Paulus al opkomen in Rome. De kerk heeft er zich niets van aan getrokken.... Kijkt u eens naar het apostolicum – heeft God daar nog iets te maken met Abraham of Israël? En u weet toch dat het zgn OT drie keer zo dik is als het zgn NT en dat dat OT de Bijbel was van Jezus en van alle apostelen?  Het wordt tijd om te ontwaken uit onze heidens-theologische dromen: zij hebben de kerk verwoest. Zij hebben haar afgesneden van de sappen van de edele olijf. De afbraak is in onze tijd in een stroomversnelling geraakt. Bekering van haar ontsporing is het enige wat nog een wal kan opwerpen.  Gezien uw leeftijd moet u nog niet helemaal zijn vastgeroest, maar om dat te voorkomen zou u echt beter moeten luisteren naar de Bijbel dan naar de theologie. Anders gezegd: bereid moeten zijn om de klassieke theologie te onderwerpen aan het kritische licht van de Bijbel. Voor de duidelijkheid: ik behoor niet tot de zgn Jehova’s getuigen.   Tot slot: ik kan u in dit verband een zojuist verschenen boekje aanbevelen, te verkrijgen in de webshop van www.werkgroep-vanuitjeruzalem.123website.nl                                                                

(tot op heden is geen reactie ontvangen)                                                                                 

12. Wiens geloof?

G.A. van der Spek-Begemann

[niet geplaatst in Reformatorisch Dagblad, 11 november 2016]

Volgens het redactioneel commentaar van 31 oktober gaat het in de Reformatie om de rechtvaardiging door het geloof, en dat moet dan in de herdenkingen centraal staan. Maar wiens geloof is dat dan? Het onze? Dat faalt toch vaak aan alle kanten?

Is het niet zo dat wij onze rechtvaardiging uitsluitend en alleen te danken hebben aan het geloof VAN Jezus? Zelfs toen zijn Vader Hem verliet heeft Hij aan zijn Vader vast gehouden, toen Hij Hem vroeg: waarom?! Zo ook hield Job in het gelijknamige bijbelboek vast aan God door alles heen. Ook Job zei God niet vaarwel.

Als Jezus dat niet gedaan had… Als Hij de verzoeking in de woestijn niet had doorstaan…

Het gaat in het NT vaak over het geloof in Jezus, en dan wordt een duidelijke grammaticale constructie met een dativus, een derde naamval, gebruikt. Dan gaat het erom dat wij vertrouwen hebben in Jezus, die ons vertrouwen nooit beschaamt. Maar ook is ettelijke keren sprake van een andere constructie, met een genitivus, een tweede naamval. Dan staat er in het Grieks: het geloof van Jezus. Als waarachtig mens was Hij niet hervormd, maar een gelovige orthodoxe Jood, die door alles heen zich vasthield aan de God van Israël die zijn Vader was, die Hem uit de dood zou opwekken.

Dat geloof, het geloof van Jezus, is onze redding geworden. Gelukkig zijn wij niet afhankelijk van ons eigen geloof, dat onvolmaakt is. De profeet Habakuk zei: de rechtvaardige zal door geloof leven. Wie is De Rechtvaardige? Jezus leeft!

11. Sola Gratia

[ingezonden naar Reformatorisch Dagblad, 8 november 2016]

 

Op 7 november stond over de genade een artikel in het RD van prof. dr Van Vlastuin en dr C.A. van der Sluijs, die hun bezorgdheid uitten over de moderne Dordtse synode  die “1618-1619” wil vervangen in hun ogen. Hun stelling: “buiten het (!) sola gratia valt niets te verbinden”. Daarmee is van de genade een thema gemaakt, en dan is de genade geen genade meer maar slechts een  theologoumenon, een theologisch ingrediënt.

In de gemeente van Rome, waar de heidenchristenen neerkeken op de Joodse gemeenteleden en zeker op de Joden van de synagoge heeft Paulus de genade verkondigd. Tegenover God die onpartijdig oordeelt staat iedere mens precies even schuldig. En aan wie de schulden zijn kwijtgescholden, aan wie genade is bewezen, kan eenvoudig zelf zijn medemens dus niet langer veroordelen, laat staan hem naar de keel grijpen. “Wees niet hoogmoedig maar vrees!”

In de strijd tussen Gomarus en Arminius gebeurde dat toch: ite, ite! En Oldenbarneveld werd vermoord.

De genade verbindt tot eenheid, maar de theologie die de macht heeft gegrepen kent geen genade.

De regina scientiarum is echter slechts een zelfgekroonde koningin die in de kerk de macht heeft gegrepen en het geloof onderdrukt. Zij is gaan heersen waar de Geest van Christus zou moeten heersen. Zij bedroeft de Geest - die wijken gaat.

10. Over de Didache

[Ingezonden 10 oktober 2016, niet geplaatst in De Waarheidsvriend]

Een aanvullende reactie wat betreft het oudste bewaarde kerkelijk document

 

Dr Lalleman schrijft een interessant artikel (7-10-2016) over een fascinerend document, de Didache. Ten eerste gaat het overduidelijk om een Joods-christelijk geschrift. Toen ik zelf de Didache gelezen had gaf voor mij de uitdrukking “de wijn van David” de doorslag inzake de vraag naar de herkomst. Geen heidenchristen noemt Jezus: de wijn van David. Wetticisme lijkt mij echter niet aan de orde. Het houden en voorschrijven van regels is immers niet hetzelfde, zeker niet als het gaat om aspirant gemeenteleden die, van heidense komaf, nog veel moeten af- en aanleren. We kunnen daarbij denken aan de geruststellende opmerking van Jacobus in Handelingen 15: dat Mozes in iedere stad wordt onderwezen. En ook de uitdrukking in de Didache “voor zover u het aankunt” duidt niet bepaald op wetticisme.

Het voorschrift in de Didache om op andere dagen te vasten dan de “schijnheiligen” lijkt merkwaardig.

Onder de Farizeeërs waren er schijnheilig en ook Jezus waarschuwt daartegen scherp: ze maken hun gebedsriemen breed enz. Je moet hier dus constateren dat in de Didache Joden zich distantiëren van andere Joden, en wel van die Joden die wetticistisch leven, dwz de eigen vroomheid opbouwen met zelfs uiterlijke kenmerken. Dat dr Lalleman beweert dat Gods genade in het geschrift zou ontbreken is daarom niet terecht. Die hoeft niet genoemd te worden als toch overduidelijk isdat juist dat wetticisme wordt afgewezen (met zelfs een scheldwoord! net als Jezus doet) en dat er heidenen gedoopt willen worden! Als ik als christen samenwerk met Joden hoef ik hun echt niet te vertellen dat ik in Jezus geloof, want dat weten ze natuurlijk al: ze is christen.

Intrigerend blijft de vraag waarom de Didache uit de kerkgeschiedenis voor eeuwen is verdwenen... Onbekendheid was kennelijk niet de reden. De landelijke werkgroep Vanuit Jeruzalem hoopt eind oktober een boekje te publiceren over de heidense wortels van het kerkelijk belijden. Daarin komt deze zaak uitvoerig aan de orde.

(No. 9) RD, 13-9-2016

8.