U vindt op deze pagina: Commentaar op de PKN-nota Kerk 2025; boekbespreking Walter Brueggemann - 'Uitverkoren volk?'; reactie op boekrecensie 'Kerk, wat is je DNA?'; boekbespreking Edjan Westerman - 'de Messias leren'; boekbespreking Tom S. van Bemmelen - '150 Palestijnse fabels'

PKN-nota Kerk 2025: Waar een Woord is, is een weg

Commentaar van de werkgroep, mei 2016 en sept. 2017

Over dit rapport van de PKN is al veel gezegd en geschreven en onze belangstelling betreft uiteraard niet de financiën of de bezuinigingen of de daaraan gekoppelde reorganisaties. De werkgroep kijkt vanuit haar doelstelling uitsluitend naar hoe de relatie met Israël functioneert in dit toekomstplan.

Onmiddellijk na lezing moeten we constateren dat er van enige relatie kerk-Israël, zoals beleden in Kerkorde I-1 én in I-7, geen sprake meer is. Eén keertje, op p.15, wordt Israël genoemd: als historische springplank voor de kerk, en dat was het dan. Verleden tijd, die we achter ons hebben gelaten.

Het officieel belijden van ons geloof in de onopgeefbare verbondenheid van kerk en Israël is dood. Dat zou het oordeel zijn van Jacobus als hij de nota had kunnen lezen, want in deze nota is geen enkele vrucht van dat geloof waar te nemen. Misschien zou Jacobus ook nu toevoegen: jullie geloven in die onopgeefbare verbondenheid? – dat geloven de boze geesten ook…

  

aan de hand van het Voorwoord

Iedereen kan de nota nalezen op internet. Wij willen slechts onze visie geven op de aangegeven punten in het voorwoord van dr A.J. Plaisier, in de hoop dat de lezers weigeren de valse hoop te koesteren die de nota biedt: het kerkverval is naar onze diepe overtuiging niet te stoppen met re-organisatie en bezuiniging - hoe noodzakelijk en hoe nuttig die ook kunnen zijn - maar slechts met bekering.

In het woord dat vooraf gaat aan zo’n belangrijk stuk als een officiële nota over de toekomst van de kerk, staat te lezen wat de bedoeling is. Een besturenkerk wordt natuurlijk afgewezen.

In deel I A zal het gaan over de essentie van kerkzijn, over een ‘back to basics’, wat ook terecht aangemerkt wordt als de verantwoording naar buiten, en tevens als oefening om door de bomen het bos weer wèl te gaan zien.

Deel I B geeft een agenda, bv over: waar is coaching nodig, waar komt het nu op aan vanuit een analyse van de huidige cultuur met zijn impact op de kerk.

“Veranderen hoort bij kerkzijn”, maar zie, 

Deel II A: er is natuurlijk een grens aan veranderen, er is ‘hard core’ en we houden ons aan het DNA van de kerk: dit zijn wij, op deze leest geschoeid en dan klinken “klassieke woorden van de traditie”. 

Het voorwoord eindigt met een opmerking die hoop lijkt te bieden: “Het is niet fair om heen te walsen over de zorg die geuit is over de toekomst van de kerk.” De werkgroep VuJ had haar zorg geuit in een artikel Kerkverval (zie in Menu: Artikelen) en dat ingestuurd, voor de enquete van de PKN naar wat er leeft onder de leden i.v.m. die toekomst. De werkgroep was zich bewust namens velen te spreken. Zij kreeg daarvoor een hartelijk bedankje.

 

1. (I A) essentie van kerkzijn, de basics, gezicht naar buiten, bomen en bos

De kerk bestaat niet al in Genesis 1 zoals sommige theologen willen, en ook weer in de nota (p. 5 noot onderaan) via de Ned. geloofsbelijdenis wordt geponeerd. In een dergelijke gedachtengang is Israël al vakkundig geëlimineerd en het Oude Testament (wat wij liever noemen: het eerste getuigenis) wordt eenvoudig overgeslagen en uitgerangeerd. Deze theologie spreekt zichzelf trouwens op dit punt tegen. Zij kan de christelijke belijdenisgeschriften (toch de kerkelijke identiteitspapieren waar de nota aan hecht als aan de basics) nergens in de Bijbel terugvinden: die dateren pas van zelfs na Christus..., heel ver verwijderd van Genesis 1 en van het begin der schepping, die goed was. 

De basis van de kerk, haar fundament, is Jezus zelf en zijn offer. Daarin is de scheidsmuur tussen Israël en de volken geslecht, zodat het evangelie ook ons kon bereiken. Vanwege alle bomen die de theologie vervolgens in de kerkgeschiedenis heeft geplant is dit bos uit het zicht geraakt.

Door diezelfde theologie is het kerkelijk gezicht ook naar buiten toe Israël-vijandig geworden. 

Door die bomen is de kerk mede-oorzaak geworden van de Shoa. Het verwerpen van Luthers anti-semitisme is slechts een druppel op een gloeiend hete plaat.

Hoe leer je nu toch dat wereldhistorische bos weer wèl te zien? Door helemaal opnieuw de Bijbel te gaan lezen, niet langer vanuit de christelijke belijdenisgeschriften, maar in zijn oorspronkelijke, in zijn Joodse contekst. Door in de kerk te onderwijzen wat Jezus wil: dat de heidenen de wil van zijn Vader gaan doen.

2. (I B) agenda voor de toekomst, coaching, cultuuranalyse, veranderen

Misschien dat nieuwe vormen van kerkelijke gemeenschap aanslaan in onze cultuur van muticulturele samenleving. Dat zou tevens nieuwe kansen kunnen geven voor de onopgeefbare kerkelijke verbondenheid met Israël, in een samenleving die steeds islamitischer en steeds antisemitischer aan het worden is. Dat laatste is een deel van de gezochte analyse, maar we kunnen daarbij ook niet heen om de ideologie van D66, die in onze tijd de maatschappij in haar publieke domein (en verder) wil ontdoen van alle religie. Deze blinde ideologie beseft niet dat zij in het christendom een medestander tegen de islamisering bezig is uit te schakelen.

Wanneer de nieuwe vormen van gemeente-zijn aantrekkingskracht blijken te hebben, zullen zij duidelijk kunnen maken: dat iedereen welkom is in de gemeenschap met Jezus de Jood uit Nazareth. Daarmee kan die gemeente nog een wal opwerpen tegen antisemitisme, al zal ze ook afwijzing of erger oproepen. Coaching zeker nodig! Er moet onderwijs komen over de Joodse wortels van de kerk. Deze voorgestelde verandering kan zo, als zij put uit de Joodse wortels, de omkering op gang brengen, de tesjoeva naar Israël. Helaas wordt die omkerende beweging bij voorbaat de kop ingedrukt omdat het semper reformanda slechts de buitenkant lijkt te raken en niet de grondfout, die zelfs de reformatie niet heeft gecorrigeerd.

3. (II A) grens, hardcore, DNA en traditie                                                              

De grens aan het reformanda lijkt te liggen bij de klassieke theologische traditie, populair het DNA van de kerk genoemd. Het is bijna niet te geloven dat er geen greintje kerkhistorisch besef meespreekt in de nota, want juist die traditie heeft het grote schisma veroorzaakt en het blijvende afwijzen van Jezus. Geen enkel blijk van schuldbesef over de schade die juist die traditie heeft aangericht. Terwijl steeds meer stemmen zich verheffen om dat aan de kaak te stellen. In onze tijd van het eerste kwart van de 21e eeuw is dat niet alleen het boek van drs Edjan Westerman. Het werk van de Appèlgroep en het streven van de werkgroep Vanuit Jeruzalem - zij worden doodgezwegen, met nog zeer vele individuele stemmen daarnaast. Niet afgewezen, niet bestreden.. – dat is bij doodzwijgen niet meer nodig.

Naast de kerk heeft gelukkig een stichting het concreet ‘gestalte geven’ aan de onopgeefbare verbondenheid tussen christenen en Israël wèl waargenomen. Zij groeit en heeft, anders dan de kerk, de sympathie van de Joodse gemeenschap.

Waar een Woord is is een weg: de weg terug naar Jezus, naar Israël, naar de God van Abraham, Izak en Jakob.

Alleen op die weg zal de kerk gezegend worden.

Walter Brueggemann - Uitverkoren volk?

Boekbespreking: Walter Brueggemann, Uitverkoren volk? - Bijbellezen met het oog op het Israëlisch-Palestijns conflict, Zoetermeer, September 2017

G.A. van der Spek - Begemann
 

In zijn nieuwste publicatie, Uitverkoren volk?, wil Brueggemann aan christenen uitleggen hoe je de Bijbel moet lezen in de contekst van de actualiteit en dan met name die van het Israëlisch-Palestijns conflict. Zijn bedoelingen lijken oprecht omdat hij de Bijbel serieus wil nemen.

Zijn stelling dat het Israël van de Bijbel niet congruent is met Israël nu, vormt wel het fundament van zijn betoog. Deze grondstelling is duidelijk aanvechtbaar en heeft zijn denken op het verkeerde been gezet.                                                                 

Eerst zou je denken dat hij met die stelling een open deur intrapt, want Abraham reed niet op de fiets, internet bestond nog niet enz enz. Maar hij doelt niet op moderne techniek maar op de politieke gestalte die Israël heeft, als staat. En daar voegt hij dan in één adem zijn aanvechtbare kritiek op Israëls regering aan toe. Misschien moet je zeggen dat zijn kritiek op de regering debet is aan zijn bezwaar tegen de staatsvorm.  Echter, ook in de Bijbel kent Israël al de staatsvorm, in de koningentijd. De staatsvorm was die van een koninkrijk, net als vandaag bij voorbeeld Nederland. Dat toen geen kritiek mogelijk was, dat het volk toen bestond uit heilige boontjes, kun je niet beweren: dat hebben de profeten wel verteld…

Het is de vraag of Brueggemanns Bijbel wel congruent is met die van toen, met die van Jezus en de apostelen, dwz het Oude Testament. Het door de kerk toegevoegde NT heeft die Bijbel niet veranderd, maar vertelt ons juist dat God zijn plannen doorzet dank zij het geloof van Jezus. Het vertelt ons dat God zijn volk in genade heeft aangenomen door aan het volk Jezus’ geloofsgehoorzaamheid als gerechtigheid toe te rekenen, ja zelfs aan de heidenen die het willen geloven.

Het is bekend dat de vrienden van Sabeel (daar hoort Brueggemann bij) het opnemen tegen Israël en voor de zwakkere Palestijnen. Ze vragen zich niet af waarom Israël zijn militaire sterkte optimaal moet onderhouden; het wordt alleen maar als verwijtbaar gedrag gezien. Wel wordt in een soort van evenwichtstheologie door Brueggemann gesteld dat ook (!) de Palestijnen moet stoppen met geweld, maar de oorzaken van het conflict betrekt hij niet in zijn beoordelingen. Alsof Israël zomaar uit haat Palestijnen vervolgt en vermoordt.  Je vraagt je af of hij zelf wel op de hoogte is van de feiten op de grond, die hij ons graag zegt te willen voorhouden. Of hij wel weet dat het vermoorden van Joden  zeer prijzenswaardig wordt geacht en ook wordt beloond.                                                                                     

Brueggemann en alle Sabeelvrienden kennen niet de geschiedenis of… willen die niet kennen. De beroemde/beruchte “historicus” Ilan Pappé, die je lid zou kunnen noemen van EAJG (een ander Joods geluid) heeft ’s durven zeggen: feiten doen er niet toe. Terwijl Brueggemann in deze publicatie de christenen juist de “feiten op de grond” onder ogen wil brengen…                                                                                  

Zij kijken slechts naar de huidige omstandigheden waarin de Palestijnen sinds 1948 zijn terecht gekomen en zij laten bij wijze van spreken de geschiedenis beginnen na 1967, toen Israël door een Godswonder de vernietiging was ontkomen.  

Ook in de Bijbel had Israël te kampen met “de volkeren rondom”. Het leger heeft Israël toen (tot aan de ballingschap), bij voorbeeld onder David, en ook  nu beschermd tegen vernietigingsagressie – uiteraard onder Gods bescherming; ook toen, ook nu.

Hier gaan wij niet de geschiedenis vanaf 1917 (aanloop naar het huidige Israël)  uiteenzetten, maar we willen wel in herinnering brengen dat in de regio (met uitzonderingen die de regel bevestigen, zoals de voorganger van de groot-mufti van Jeruzalem die bevriend was met Hitler) altijd al haat heeft bestaan tegen de Joden en dat al voor 1948 alles in het werk is gesteld om een Joodse staat te voorkomen en vervolgens, na 1948, om die toch weer van de kaart te vegen. Aan Israël wordt een groot-Israël gedachte verweten en daarmee wordt overgeslagen dat Israël ja heeft gezegd tegen het voor de Joden zeer ongunstige verdelingsplan uit 1947. Bovendien is overduidelijk dat de haat direct gelieerd was, en is, aan de groot-Palestina-gedachte, waarover de Arabische landen onderling elkaar de macht hebben betwist. Israël heeft zich niet bezondigd aan imperialisme, doch steeds verdedigingsoorlogen moeten voeren.

Brueggemann en geestverwanten stellen de onvoorwaardelijkheid van de landbelofte discutabel en wijzen daarvoor op de ballingschap. Maar Israëls home-land is, altijd door, Israëls home-land gebleven, waarnaar het altijd weer, ook in de vorige eeuw,  mocht terugkeren: het is nooit defintief overgegaan in handen van een andere eigenaar. Wie tijdelijk zijn huis uit moet en noodgedwongen anderen daarin moet toelaten, blijft daarom nog wel de eigenaar. Het was Ben Gurion die in een brief aan zijn zoon geschreven heeft dat er in het land genoeg ruimte zou zijn voor ook de toenmalige niet-Joodse bewoners.

Hoewel Brueggemann de vervanginsgtheologie afwijst lijkt hij toch een tik van die molen te hebben overgehouden omdat hij er moeite mee heeft dat Israël de eerste plaats behoudt, niet alleen in de theologische sfeer, maar ook in het Midden-Oosten. Hij heeft het bij voorbeeld niet over Genesis 12 - waar overduidelijk door God is gesteld dat de Palestijnen gezegend zullen worden als zij op zijn minst de staat Israël zullen erkennen. Want alle volken die Abraham zegenen zullen gezegend worden.  God heeft geen verbond gesloten met een vrome geloofsgemeenschap, maar met de nakomelingen van Abraham, Izak en Jakob.  Dor wa dor, van geslacht tot geslacht is zijn trouw. Aan hen heeft Hij het land beloofd. Ook als wij ontrouw zijn: Hij blijft trouw – staat in het NT. 

Wie de Palestijnen echt wil helpen moet hen wijzen op Genesis 12.  En zelfs wie niet in openbaring gelooft kan toch minstens nog zeggen dat dit alles in Israëls boek geschreven staat, en zal ook eerlijkheidshalve dan moeten toegeven dat geen volk zo zelfkritisch geschreven heeft als Israël.  

Het blijft een indroevige zaak dat ook christenen aan Israël die eerste plaats, niet lijken te gunnen. Christenen als Brueggemann, die Israël en de vrienden van Israël de les willen lezen, zijn nog nooit genezen van de christelijke hoogmoed, die Paulus al zag aankomen.

Vrede zij over Israël!

Boekrecensie

Onze reactie:

In het juninummer verscheen de recensie “Kerk, wat is je DNA?”, recensie van het nieuwste boekje van de werkgroep Vanuit Jeruzalem over de anti-Joodse dynamiek in de ontwikkeling van de kerkelijke geschriften na de Didache.

Graag willen we mw Beatrice Jongkind een kritische vraag stellen.

Waarom wordt de werkgroep verweten dat zij zich niet heeft ingelaten met “de enorme hoeveelheid wetenschappelijke publicaties” over de ontwikkelingen in de christelijke theologie?

Wedervraag: zou de werkgroep dan ooit aan een eigen analyse zijn toegekomen? Zij heeft bovendien volstrekt geen wetenschappelijke drijfveren. Wat zij beoogt is een getuigenis met bewijsstukken tegen de heidense regina scientiarum, die al vroeg de kerk is binnengedrongen.

De drijfveer van de werkgroep is de onopgeefbare kerkelijke verbondenheid met Israel, die de genoemde regina juist van meet af tot op de huidige dag poogt te ondermijnen.

Was het niet mogelijk ons op de inhoud kritisch te benaderen?

G.A. van der Spek - Begemann

Nieuw leren lezen en geloven

Boekbespreking: Edjan Westerman, de Messias leren – Israël en de volken, Gods weg nieuw leren lezen, Zoetermeer 2015

L.W. van der Sluijs 

De hermeneutische aanpak in Westermans studie de Messias leren (2015) is een gouden greep. De auteur werpt de vraag op naar het paradigma of de bril waarmee de Bijbelse boodschap wordt verstaan. Klassiek is het lineaire model schepping-zondeval-verlossing. Een andere manier van lezen is ‘de circulaire’, er is een midden met concentrische cirkels. Westerman kiest voor deze laatste. En hij doet dat overtuigend op exegetische gronden. Het gaat God blijkens Genesis 1 niet om de méns, maar om de schepping. De mens wordt pas op de zesde dag geschapen. Vooraf gaat de schepping van gewassen en dieren. ‘De mens heeft een opdracht nog voor hij door God is geschapen. Hij heeft een leven te leven in relaties.’ De mens behoort bij een schepping die bedoeld is ‘een eigen geschiedenis te gaan doormaken’. Deze geschiedenis is nadrukkelijk verbonden met Gods zegenen (Gen.1:22 (eerst de dieren), 28 (daarna de mens)!). ‘De schepping is gericht op een geschiedenis waarin (..) de bedoelingen van God gerealiseerd zouden worden,’ schrijft Westerman.

Heilrijke bedoelingen zijn het, vol van genade en zegen, maar welke?

Nu, dan komen we bij de openbaring op de Sinaï (Exodus 19). ‘De inhoud van de zegen waarmee de Heilige God zijn schepping wil zegenen is de roeping van Israël om een koninkrijk van priesters te zijn te midden van de volken.’ Het is de realisering van Israël als een dienend priesterlijk volk, een realisering in de geschiedenis van de schepping, die uiteindelijk de zegen zal uitmaken voor alle volken. Alles wacht op deze realisering. Israël is daardoor het hart van Gods bedoelingen en daarom het midden van de aarde. Het wachten is op de vervulling van dit heil, ten goede voor heel de aarde. Het is precies deze vervulling die beslissend is begonnen in Messias Jezus, de Koning van de Joden. Hij ging reeds als Priester tot verzoening het oordeel van de Dag des HEREN binnen. In het eindgericht heeft de liefde bezongen in het Hooglied het laatste woord. De volkeren zullen, volgens Jesaja 2, optrekken naar Jeruzalem om dáár de Tora van God te ontvangen en die van Hem te leren. Ze zullen luisteren naar Gods harteklop voor zijn volk en zo zijn liefde leren kennen. Ook Israël zelf zal als priestervolk een schepping zijn in het midden van de aarde. Om bron van zegen te zijn voor alle volken.

Westermans circulaire verstaansmodel, er is een midden met talloze betekeniscirkels eromheen -nieuwe oren, ogen, woorden en daden voor Israël én de volken; het boek is hiervoor zelf een rijke bron-, doet recht aan de unieke Bijbelse openbaring. Het lineaire model is er een van fasen in de geschiedenis, opeenvolging is de hoofdgedachte. Een paradigma waarmee de heidense idee van de ontwikkeling van de mens als aards opperwezen gemakkelijk voet aan land kon zetten. Circulair denken, op grond van uitvoerige en eminente Bijbelexegese zoals in de (overigens zeer toegankelijke) studie van Westerman, behoedt niet alleen voor het onuitroeibare onkruid van de vervangingstheologie binnen de kerk, maar doet ook zegenrijk recht aan de ervaring van alle stervelingen. Het al dan niet afgebeelde ‘alziend oog’ herinnert blijvend aan Gods bedoelingen. Er is een midden, een ronde kern, een hart, een plaats van gemeenschap met de Eeuwige. Precies zo worden in Israël als leerhuis voor de volken deze woorden gekoesterd: ‘Ik geef raad, mijn oog is op u.’ (Psalm 32:8)

 

150 Palestijnse fabels

Boekbespreking: Tom S. van Bemmelen 150 Palestijnse Fabels, Aspekt 2016

G.A. van der Spek - Begemann

Wie van ons heeft niet vaak te maken met mensen die de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt - als het gesprek gaat over Israël en de Palestijnen. Sterker nog: het kan zijn dat je soms zelf ook bij die mensen hoort….

Dat hebben we hier in Nederland te danken aan het NOS-journaal, aan de krant of  aan praatprogramma´s op de tv, of aan journalisten die bij voorbaat al anti Israël partij hebben gekozen met hun verslag, te horen aan hun wollig en bagatelliserend taalgebruik. Of die doodzwijgen.

Ook komt het voor dat je geattaqueerd wordt op jouw sympathie voor Israël met een vreselijk verhaal over de Israëlische regering. Dan schrik je.

 

Het is een gouden greep geweest van Likud Nederland om een baken in die golvenzee te werpen zodat je het hoofd boven water houdt, met het boek van Ton S. van Bemmelen (en anderen), onder de titel die hierboven als opschrift staat vermeld.

Dat goud zit ´m in de methode, die zo simpel is als abc: de onderwerpen staan in de inhoudsopgave op alfabet gerangschikt!

Denk je dat de zogenoemde nederzettingen illegaal zijn?

Wat was dat ook al weer: Sabra en Shatila?

Fatah is toch die gematigde Palestijnse partij met die gemoedelijke grootvader Abbas?

En ga zo maar door…

Je kunt het antwoord vinden in dit boek, zeg maar: naslagwerk op alfabet.

Persoonlijk heb ik het eerst opgezocht het hoofdstuk over de Europeese Unie, heel informatief, dat eindigt met een indrukwekkend citaat van de onlangs overleden Elie Wiesel.

 

Wie het conflict in de ziel wil kijken moet naar het hoofdstuk over de doodscultus van de Palestijnen. De verheerlijking van de dood is weerzinwekkend en blijkt uit een aantal citaten, waaronder: “de dood is ons middel. Wij gebruiken ouderen, vrouwen en kinderen als menselijk schild. Zij doen het fantastisch. Wij houden zo van de dood zoals de Zionisten van het leven houden.” – uit een toespraak van een parlementslid van Hamas.

 

Mijn ervaring: een heilzaam kado op verjaardagen! De meeste jarigen zeggen er – veelzeggend - niets over, maar i.e.g. één vriend zei naderhand er heel blij mee te zijn!

Haat en demonisering staan de vrede in de weg en geschiedvervalsing is het gemeenste wapen in de strijd tegen Israël.

Welnu, met dit boek hebt u een antidotum, een goed werkend  tegengif in handen!